Een Travellerspoint blog

Mijmeringen.

Rijmseldingen.

rain 26 °C

Bangladesh,
Land van m’n nachtmerries
Land van m’n dromen
De tijd om te gaan zal stilaan gaan komen.

Land van contrasten
En van stoere gasten
Waar mannen met driewielers rijden
En hun geloof aan Allah wijden.
De vrouw draagt de broek
De man de rok
Elke logica zoek
Betogers met stok
Onbeschrijfelijke chaos
En toch steeds een oplos
Mensen op bussen
Verboden te kussen
Stomende hitte
Staren naar de witte.
Land waar alles en iedereen schreeuwt om aandacht
Tot je erbij huilt of lacht
Ternauwernood versmacht

Mannen hand in hand
Wie bestuurt straks het land?
Familie centraal
Straatkabaal
Felle kleurtjes
Gekke geurtjes
Overal mensen die een beter leven wensen
Zonneschijn
Gesmoorde hartenpijn
Een lach en een traan
Zoals ook ons afscheid zal vergaan.

Geplaatst door LienVerbeke 23:31 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (1)

Cruisen door de Desh

overcast 28 °C

September is voorbij. En wat ging het snel!
Geen wonder ook, met een volle agenda, veel gereis, en veel gezelschap....

Eind augustus zijn mijn collega vrijwilligers Liesbeth, Iulia en Chantal en ik begonnen aan onze Youth Club board training-marathon. We hadden de voorbije maanden samen een tweedaagse training ontwikkeld voor de leidinggevende leden van alle Youth Clubs, rond samenwerken, communicatie, gender, taakverdeling en motivatie. En nu was het tijd om in onze drie regio’s de training te gaan geven.
Rangpur was als eerste aan de beurt. Liesbeth en Chantal reisden dus af naar Iulia en mijn hometown en samen beten we de spits af van onze tour door Bangladesh.
Chitalmari, het dorpje in het Zuiden waar Liesbeth woont en werkt, was als tweede aan de beurt. Eens onze taak in Rangpur erop zat, reisden we met de nachttrein naar daar.

Vanuit Chitalmari keerde ik rechtstreeks terug naar Dhaka om mijn bezoekers op te pikken.
Dat bleken er trouwens geen twee te zijn, maar drie! Mijn zusje had in het grootste geheim ook een vliegticket geboekt om samen met mijn ouders hierheen te komen, maar dat had iedereen mooi verzwegen. Een hele leuke verrassing!
Het was een gezellig weerzien, en er viel veel te tonen en te proeven natuurlijk. Niet alleen voor mijn ouders en zusje, maar ook voor mij, aangezien ze heel wat lekkers uit Belgenland mee hadden :-) We spendeerden twee dagen in de hoofdstad, om dan naar mijn thuisbasis in Rangpur af te zakken.
We bezochten samen “de stad”, een oud college, het mooiste dorpje waar ik werk en de “chars” (heel afgelegen dorpjes in overstromingsgebied).
Na een paar dagen Rangpur, reisden we naar Srimangal. We verbleven opnieuw in de eco cottages van Nishorgo, en genoten van de vele mogelijkheden in de rustige omgeving: fietsen tussen de fruitplantages en hindu-dorpjes, een trektocht door het regenwoud (aapjes kijken en reuzespinnen vermijden), fietsen door de theeplantages en ingaan op de warme uitnodigingen van de vredige hindu-gemeenschap om deel te nemen aan hun “puja” (eredienst) voor hun god van de veiligheid (héééél mooi om zien!!) en een bezoek aan een dorp van pottenbakkers en een dorp van wevers (stammen).
Het deed me raar om Srimangal terug te verlaten, en deze keer “voorgoed”... De sfeer daar is zo heerlijk, zo open, rustig, gemoedelijk.
Terug in Dhaka nog de allerlaatste souvenir-shoppings en uiteindelijk het vertrek van mijn visite, in het holst van de nacht.

Het was heel leuk om mijn wereld hier met mijn familie te kunnen delen! En die wereld liet zich rauw en onversneden zien... Met al zijn schoonheid en lelijkheid, een perfecte sample in die twee weken kennis te maken met het leven zoals het is...in Bangladesh.
Het was bijvoorbeeld warm, heeeeeel warm. En dat kan je wel vertellen aan de telefoon, maar dat weet je pas als je het voelt. En dat hebben ze!
En het was constant “vechten”. Vier “bidesi” (vreemdelingen) stond garant voor vier dollartekens in de ogen van iedereen met wie we geld moesten uitwisselen. Dat betekende dan ook bij iédere transactie gedoe, gediscussieer en irritatie.
Maar er was ook de gastvrijheid, de pracht van het platteland en de verrassingen in kleine hoekjes.
Ook het openbaar vervoer toonde zich van zijn meest Bengaalse kant. We hadden:
- een geannuleerde bus
- veel te late bus
- kapotte airco tijdens een monsterfile (= zweten, zonder raampjes die open kunnen!)
- afgereden busdeur (doordat die open stond om wat frisse lucht binnen te krijgen wegens defecte airco)
- klapband met bus
- chick-fight tijdens vervangen van klapband
- betogers op straat onderweg
- klapband met autoriksja
- nog een geannuleerde bus
- kamikaze buschauffeur
- constant stilvallende auto (te midden van het verkeer)
Maar zoals dat gaat in Bangladesh: uiteindelijk kwam alles wel weer goed...

Eens mijn bezoek was uitgezwaaid, maakte een buikbeest zich van mij meester. Dat resulteerde in 4 dagen koorts, slapheid en bedrust.
Intussen waren Iulia, Chantal en Liesbeth ook terug in Dhaka, want we wachtten met z’n allen af of we groen licht zouden krijgen om onze training ook in de Chittagong Hilltracks te gaan geven. Dat heuvelachtige gebied huisvest heel wat “stammen”, en heeft andere veiligheidsmaatregelen dan de rest van Bangladesh. Zonder toelating, kom je er niet in.
Het bleef spannend tot op het allerlaatste moment, want we kregen pas de avond voor ons geplande vertrek de langverwachte “go”.
Snel inpakken en wegwezen dus! Het werd een tamelijk apocalyptische rit (of lag het aan het koorts-staartje dat ik nog meesleepte?), met heel bizar weer (reuzedonker, felle bliksem, een beetje zoals in films als “Twister” van indertijd) en door heel gekke delen van Dhaka die ik nog niet eerder had gezien (chaotischer dan wat ik mij ooit bij ‘chaotisch’ kon voorstellen).
Toen we de heuvels inreden, maakte mijn hart een sprongetje. Wat een pracht! Wat een paradijselijke natuur! Het groen daar is groener dan het groenste groen dat ik ooit heb gezien. De lucht is zuiver. En de heuvels lijken een mysterie. Temeer omdat ze, terwijl je erdoor rijdt, precies gaandeweg lijken te “verdwijnen”. Huisjes waren perfect verborgen door moeder natuur, en mensen leken uit het niets op te duiken. Dit is de enige plek in Bangladesh met dit landschap. En ook de mensen die hier wonen zien er helemaal anders uit: ze hebben een veel Aziatischer gezicht (amandelvormige ogen) en hun huid is iets lichter.
Maar de sfeer is ongetwijfeld het grootste contrast met de rest van het land. Het lijkt wel een andere wereld. Op straat is het rustig en sereen. De mensen laten ons met rust: geen geschreeuw of macho-gedoe op straat. Er wordt niet gelogen over de prijzen, en er zijn dus geen discussies wanneer er betaald moet worden. Man en vrouw zijn hier gelijk. Er worden een soort bamboe-waterpijpen gerookt. En ook de eetgewoontes zijn anders. Op het menu staan ook bananenboom (schors) en bamboe (niet de scheuten, zoals wij ze kennen, maar echt stukjes jonge bamboe).
Nu begrijp ik perfect dat de vrijwilligers die hier wonen en werken, geen zin hebben om naar huis te keren. Dit is een prachtig, goed verborgen en afgeschermd stukje paradijs in het hoekje van Bangladesh, dicht tegen de grens met Myanmar aangeschurkt. Hier wil ik nog eens terugkomen.
Want veel tijd was er niet. We hadden slechts 3 dagen: een dag om voor te bereiden en twee dagen training. De nacht na de laatste trainingsdag zaten we alweer op de bus terug naar Dhaka.
Dat was trouwens ook een bewogen rit... In eerste instantie omdat mijn maag niet zo tevreden was met de bruuske rijstijl van de chauffeur over de zigzagwegen door de heuvels, gevolgd door twee platte banden die aanzienlijke vertraging opleverden.
’s Morgens rustten Liesbeth en ik dan ook samen uit in de Bagha Club voor we de volgende ochtend vroeg alweer vertrokken, elk terug naar onze placement.

En zo ben ik nu terug in Rangpur, na een maand van omzwervingen.
Het seizoen is in de voorbije week wat veranderd: een beetje koeler, en een beetje natter. Al is dat laatste ongebruikelijk voor de tijd van het jaar. Misschien wat inhaalregen wegens de bijzonder droge moesson?
Het was in elk geval fijn thuiskomen in een huis dat deze keer géén sauna was, en waar niet al mijn textiel een laagje schimmel had...

Het was mijn laatste busrit van Dhaka naar Rangpur.
Het is begonnen. De “laatste keren”.

Geplaatst door LienVerbeke 23:58 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (0)

Made in China

semi-overcast 33 °C

De Ramadan is voorbij, de eet-achterstand ingehaald met EID (uitspreken als EAT: that makes sense).
Dat mocht ik met mijn buren vieren. Ze vroegen me mee bij hun schoonouders voor lunch; de eerste rijstberg (pulao) van de dag.
Het krioelde er van neefjes/nichtjes, nonkels/tantes, broer/zus van..., vrouw/man van...: mijn hoofd suisde ervan. Traditiegetrouw kunnen de kinderen geld vragen van hun (oudere) familieleden. Dat doen ze door eerbiedig te knielen voor de oudere in kwestie, hun voeten aan te raken en dan hun hand uit te steken en puppie-ogen op te zetten. Leuk om te zien. En slim zijn ze wel: oudere nichtjes (al schelen ze maar een paar maanden in leeftijd) zijn ook potentiële geld-ezeltjes, dus als de jongere schobbejakken zien dat hun nichtje een flinke som krijgt van een oom, dan gaan ze snel naar het nichtje met die puppieoogjes van hen... En zo blijft het geld rollen.
De buren vonden het trouwens fantastisch dat ik een saree droeg voor de gelegenheid – al was mijn poging om die meters stof helemaal alleen rond me te draperen niet zo ferm gelukt...
’s Avonds was er het EID festijn bij de buren zelf, en twee dagen later een post-Eid diner bij mijn baas. Heel lekker allemaal, maar ik snap niet hoe ze het doen, zeker na die vastenperiode. Geen wonder dat sommigen eindigen met een indigestie of andere buikkwaaltjes...

Met Iulia als nieuwe collega bij DCPUK, is het wel veel gezelliger werken (en ontspannen nadien).
Zo toverden we een heuse home cinema in elkaar, inlusief drankjes-mét. (Jep, we hebben uiteindelijk toch een duister, stiekem winkeltje gevonden waar je alcohol kunt kopen!)
We zijn ook fanatiek op zoek naar goedkope reservebrillen. Een montuur kost hier maar 2€, dus we kunnen volledig los gaan.

Er wordt natuurlijk ook gewerkt, zo goed en zo kwaad als dat kan. Eens Eid (en dus ook de ramadan) voorbij, was er toch wat meer medewerking.
Zo heb ik eindeijk de 2de training geven op kantoor. Frustrerende vaststelling: de personeelsleden weten perfect hoe alles zou moeten, en toch is er niemand die het ook in de praktijk omzet...
Er wordt ook gezocht naar een nieuwe collega voor ons kantoor. Dat draait stilaan uit op een grote klucht... De eerste sollicitatieronde was achteraf gezien opgezet spel: de baas had al lang beslist wie hij wou, maar had nog wat mensen uitgenodigd. Behalve dan de meest geschikte en voor de hand liggende kandidate, die om mysterieuze redenen niet was uitgenodigd (en waarover ze zelfs niet om een leugentje verveeld zaten). Hoewel geen van alle sollicitanten (inclusief de baas z’n favoriet) geschikt was voor de job, wou hij haar toch per se in dienst. (Korte termijn oplossingen vinden ze hier veel sexier dan langetermijn denken.) Tot de vrouw in kwestie op haar ‘felicitaties met de nieuwe job’ reageerde dat ze het niet wil doen wegens te ver van huis.
De tweede ronde dan maar: het niveau van kandidaten was al iets beter, maar opnieuw vielen er lijken uit de kast. De favoriete was eigenlijk hoogzwanger en zou na 2 maanden dienst al uitvallen (dit binnen een contract van 1 jaar), de 2de was een interne kandidaat die niet van zijn huidige project afgehaald kon worden, en de laatste (minst geschikte) werd dan maar als noodoplossing gekozen... Maar ook zij liet uiteindelijk weten dat ze de job niet kon aannemen.
En zo hebben we nog steeds geen collega, hoewel die eigenlijk vandaag gestart zou moeten zijn.

Tijdens de leegloop uit Rangpur (en alle kleinere steden en dorpen in het land) na Eid was het vechten om buskaartjes te vinden naar Dhaka. Maar we moesten erheen voor meetings, dus veel keuze was er niet: we moesten en zouden bustickets vinden. Als een zot de lijst met busmaatschappijen beginnen afbellen, om uiteindelijk (oef) bij de allerlaatste maatschappij nog 2 kaartjes te kunnen krijgen. Het was wel een bus zonder airco, maar goed, het was een bus, dus wij content.
Met een klein hartje naar het busstation de avond van vertrek, benieuwd in wat voor vehikel we gingen belanden. Het busticketje klonk veelbelovend (“Hino Super Deluxe Luxury Chair Coach Service”), maar de aanblik van de bus was dat veel minder... Zeteltjes met onwrikbare rugleuning, beenruimte voor liliputters, een bende mensen op het dak van de bus en een groep duupjes zonder zitplaats die de hele rit in het gangpad moesten rechtstaan, met kippen, ganzen, en de hele cirque. Even slikken: 8 uren op deze bus voor de boeg... Maar we troostten ons vooral met het feit dat we tenminste konden vertrekken naar Dhaka.
Dat optimisme slonk wel danig toen we om 5u ’s morgens in een monsterfile belandden, na een slapeloze nacht op loodrechte stoeltjes. Het verkeer stond muurvast; tegen 13u ’s middags waren we slechts 10 meter vooruit geraakt. Intussen steeg de temperatuur in de bus tot 37 graden. Met een suf hoofd dat van onze nek neigde te rollen bij elke knikkebol, oververhit en hongerig, konden we alleen maar hopen dat de kurk zo snel mogelijk uit het verkeer getrokken werd en we eindelijk de douche in konden springen en onze magen konden vullen. Twintig uren na vertrek was het dan zover: Dhaka, oase van verkoelend water en een ovenverse pizza...

De dagen in de hoofdstad waren goed gevuld met meetings allerhande. Die verliepen allemaal (verrassend) vlot en efficient. Ik was bijna vergeten dat dat kon! Heerlijk... En een nieuwe aanvoer van inspiratie, ideëen en to do’s voor in onze placement.

Het ging al vaak over “de terugkeer naar huis”. Iedereen die concreter weet wanneer zijn/haar avontuur hier afloopt, ervaart hetzelfde: eens het vertrek concreter wordt, dwalen de gedachten steeds vaker af naar “thuis”. Hoe zal dat gaan? Wat wil ik doen, die eerste dagen? Wat wil ik eten? Wat kan ik aandoen, eens die “pijama” eindelijk geen verplicht kostuum meer is? De aantrekkingskracht van de vrijheden en mogelijkheden in eigen land, de “normaalheid” die we hier moeten missen, terug aan het werk, en bovenal: het weerzien van familie, vrienden, collega’s, kat en konijn...
Ik heb het geluk intussen stevig te kunnen aftellen naar de komst van mijn ouders. Over twee weken is het aan hen om dit land te ontdekken, en achter de gordijnen te piepen van mijn leven hier.

Maar op de terugweg naar Rangpur, dacht ik ook aan de keerzijde, aan wat ik hier zal achterlaten. De quasi zekerheid van mooi weer, de natuur, de schattige geitjes, de kleuren, de puurheid van het leven, de kinderen uit de buurt die op mij af komen gestormd om een praatje te maken, het eten, de chaos met daaraan gekoppeld toch de zekerheid dat alles uiteindelijk in orde komt, het gevoel dat alles kan in Bangladesh, het ontbreken van regeltjes-voor-vanalles-en-nog-wat, het ontbreken van het “rat-race” gevoel/het andere concept van tijd, ...

En allerleitjes, zoals deze:
- Bangladesh is één van de weinig landen waar “Made in China!” als verkoopstruc wordt gebruikt, alsof dat garant staat voor een aura van superieure kwaliteit. Misschien is dat wel waar in vergelijking tot “made in Bangladesh”, maar ons ‘bidesis’ overtuigen ze er toch niet mee...
- Gekke verhalen zoals Chantal’s bezoek aan een openbaar toilet, waar ze bij het buitenkomen gevraagd werd: “Urine?”. Een nummer 1 of nummer 2 komen met een verschillend prijskaartje :-)
- De bananenbomen, gegroeid uit de zaadjes die ik tijdens de eerste weken in Rangpur in mijn banaantjes vond, zijn intussen ongeveer even groot als ikzelf. Volgend jaar beginnen ze vrucht te geven... En dan ben ik weg natuurlijk.
- Buitenkomen uit de flat in Dhaka en een kruin uit de grond zien komen. Het is de concierge, staand in een mansdiepe waterput/riool, enkel zijn “toupetje” zichtbaar vanop de begane grond... Een heel bijzonder ochtendbad!

Geplaatst door LienVerbeke 0:56 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (1)

Tussen ramadan en regen

semi-overcast 32 °C

Dat de tijd vliegt: we zjin alweer een maand verder...
De inspiratie voor nieuwe blogs lijkt evenredig te dalen met de duur van mijn verblijf hier...
Hoog tijd voor een update!

Highlights en lowlights van de voorbije maand:

Ik heb mezelf voor het eerst in een saree gewikkeld (en ge-veiligheidsspeld). Een heel gek gevoel: echt comfortabel zat het niet (het voelde toch maar ‘bloot’) en ik moest noodgedwongen een soort eendenpas doen (de bewegingsvrijheid van de beentjes is nogal beperkt in een saree). Het aantrekken op zich was ook al ingewikkeld. Gelukkig hielp mijn vertaalster een handje.. De Bengalen vonden het in ieder geval fantastisch: een ‘bidesi’ in traditionele kledij.

Daags na het saree-avontuur was er Youth Club meeting in één van m’n dorpjes. Onderweg een pakkende scène: ik ging met de local bus (lees: een gammele bus die van tussen de schrootpers getrokken lijkt te zijn net voor hij helemaal plat was, daarna weer – zo goed en zo kwaad als het kan – werd uitgestreken en een dikke pak verf kreeg om alle kreukels en gaten te camoufleren). Het duurt altijd een tijd voor dat pokkehete ding vertrekt... Tijdens het wachten stapt een koppel de bus op, met hun zoontje zo slap als een vod en met de ogen volledig weggedraaid in hun armen. Dat kindje zag er echt niet goed uit... Die mensen gingen – vermoedelijk – naar het dichtstbijzijnde grotere ziekenhuis: 4 uren rijden buiten Rangpur. Ik zag ook andere mensen bezorgd gluren naar het zieke kind, en vond het een vreselijk idee dat ze niet veel sneller hulp konden krijgen. Hoe hard ik mijn grijze celletjes ook pijnigde, ik kon op geen alternatief vervoer komen om hen te helpen sneller ter plaatse te geraken.De beperkingen van een ontwikkelingsland... Heel confronterend om de beperkte toegang tot diensten, zoals gezondheidszorg, zo onder je neus te zien...

Nog iets over reizen met de plaatstelijke bussen trouwens: die zijn echt het mekka voor “testosteronmannetjes”, zoals ik ze noem. Elke bus heeft, behalve een chauffeur, ook een ticketjesman en minstens één “roeperke”. Die roeperkes moeten mogelijke passagiers “lokken” (ik vind het eerder afschrikwekkend) door hard te schreeuwen waar de bus heengaat. Als je hun kant op gaat, moet het plots heel snel gaan en jagen of sleuren ze je haast op de bus. En dan gaat het geroep verder ,want zij dienen als extra paar ogen voor de chauffeur, hangend in de open deur van de bus. Ze nemen hun taak zeer ten harte door constant te schreeuwen naar vehikels allerhande die hen afremmen en door de chauffeur te instrueren dat hij een beetje meer naar links of rechts moet, daarbij gedurend hevig op het povere geraamte van bus kloppend. En dan verrassen de testosteronmannetjes met de meest elegante golfbeweging met hun arm als ze willen tonen (arm door de deur stekend) dat de bus naar links gaat. Prachtig om te zien. De zachte noot tussen al het testosterongedoe.

Verder was er een meeting in Dhaka, waarbij elk van de HR vrijwilligers een jongere van een Youth Club moest meebrengen. Zo ging ik samen op pad met Khazanur. We gingen rond de tafel zitten met een potentiële nieuwe partner van VSO, waarbij Youth Clubs de kans zouden krijgen om getraind te worden en later te werken in de IT sector. Zelf had ik ook nog een meeting met de HR collega’s, terwijl we toch weer samen in Dhaka waren. We plannen alle Youth Club Boards training te geven rond samenwerken, in elke regio waar een HR vrijwilliger is (Rangpur, Chittagong en Chitalmari). Daar kijk ik al naar uit!

De dag na de meetings was het een hele dag terug ‘bussen’ naar Rangpur. De busmaatschappij had een verrassing in petto toen we ’s morgens kwamen aanmelden: de bus was afgelast. Niemand die iets had laten weten. Gelukkig konden we nog net een andere bus nemen, en zo kwam ik dan toch nog op bestemming. Een dolle rit wel, waarbij de bus eventjes een shortcut besloot te nemen toen er een file in zicht was: dwars door de velden hobbeldebobbel tot voorbij de opstopping. Bijzonder!

Op 11 juli is de Ramadan in Bangladesh officieel gestart. Overal langs de straat zijn kleurrijke tentjes als paddenstoelen uit de grond opgedoken. Ze verkopen er allerlei hapjes (hartig en mierenzoet) die de mensen hier eten met “iftar”, dat is hun eerste maaltijd ’s avonds, na het vasten en voor ze naar de moskee gaan voor gebed. (Waarna ze dan opnieuw eten, maar dan ‘voor echt’.)
Het moet echt lastig zijn, die ramadan. De mensen moeten ’s morgens voor vier uur opstaan willen ze kunnen ‘ontbijten’, en vanaf de start van het ochtendgebed (dat al iets na 4u start), mogen ze niets meer eten of drinken tot “iftar” (dat tegen 19u ’s avonds valt). Zelfs hun eigen speeksel mogen ze niet inslikken. Met deze temperaturen lijkt me dat een marteling. Zelf word ik al onnozel als ik in de hitte buiten geweest ben voor een half uurtje en daarna scheel ben van de dorst. Maar alles blijft zijn gang gaan: riksja-fietsers blijven dapper trappen, mensen gaan naar school of werk, bouwers blijven bouwen, ... De kantoren sluiten wel wat eerder; ze nemen uiteraard ook geen middagpauze, dus iedereen mag naar huis tegen de tijd dat het het lastigst wordt (rond 15u ’s middags, naar het schijnt). Tegen 18u30 lopen de straten leeg en gaat iedereen naar huis voor iftar.

Twee dagen na mijn terugkeer uit Dhaka, moest ik alweer terug met de nachtbus. Deze keer had ik een meeting met de actiegroep rond “Knowledge Transfer”. Intussen kon ik ook afscheid nemen van Diana, een Brits vroedvrouw-met-pensioen van 65 jaar (respect!) die in mijn regio heeft gevrijwilligd voor 6 maanden. Daarna volgden vier dagen hartal, waardoor ik nagenoeg niet buiten kon. Mijn internet had het ook laten afweten, dus ik doodde de tijd met filmpjes kijken... Gelukkig kwamen Liesbeth en haar vriend toen net aan in Dhaka. Dat bracht wat meer leven in de brouwerij. Op een avond zijn we met z’n drietjes pizza gaan eten (dank aan enkele andere vrijwilligers die ‘bella italia’ ontdekten): jeetje, dat heeft gesmaakt!!! Verder waren we opnieuw uitgenodigd bij Kishor, de Indische projectmanager van een grote NGO in Dhaka, die ons graag verwent met een etentje en...een drankje (mét). Heel gezellige avond met nog een aantal andere vrijwilligers en minder gekenden. Een soort livingroom-party. We zijn daar met een aantal blijven overnachten, en de volgende dag rechtstreeks naar de Bagha club geweest voor een duikje in het zwembad en een lekker hapje. ’s Avonds hebben we er nog ons steentje bijgedragen in een benefit quiz voor de reddingswerkers in Savar (remember: het Rana Plaza dat op 24 april is ingestort).
Daags nadien hadden Liesbeth en ik afgesproken met Gijs voor lunch. Het begon echter te regenen, dus we zaten een beetje “vast”. Eén of andere slimmerd had het idee om iets te drinken, wat ontaardde in een hele leuke namiddag vol pret en strawberry daiquiries. Ach, de Gentse Feesten waren net begonnen, helaas deze keer zonder mij, dus ik had iets te compenseren... ;-)
En ook de volgende, en laatste dag in Dhaka was er reden om te klinken: een Royal Dutch op onze nieuwe belgische prins Philippe!

Terug in Rangpur stond er meteen een workshop voor mijn kantoor op de agenda. Leuk! Een concrete activiteit! Daar houd ik van...
Twee internetloze weken later, werd mijn probleem eindelijk opgelost, nadat ik bijna op mijn kop moest gaan staan om die mannen duidelijk te maken dat het géén probleem van “geen bereik” kon zijn aangezien ik de voorbije zes maanden geen problemen had gehad. Maar eind goed, al goed: ik ben terug online!

Mijn hoofd zat wel vaak in Gent, de laatste tijd. Wat was ik graag over en weer geflitst om de feesten mee te pikken! En met goed weer dan nog – dat is toch ook alweer een paar jaar geleden... Ach, volgend jaar haal ik mijn scha wel in. Dank aan de medelevenden voor steunbetuigingen, beeldmateriaal en sappige verhalen!

Intussen weten jullie ook weer wat warm is. Tot voor een kleine week was het hier ’s nachts nog steeds 31-32 °C, wat volgens de weersinfo op het internet gevoelsmatig vertaald neerkomt op 42 °C. Fhoeeeeeeee!
Maar er is precies verandering op komst. Ik heb de indruk dat er nu wel wat meer regen aan het komen is. In het Zuiden regent het al vaker meerdere dagen op een rij. Bij mij is de dag vaker onderbroken met een regenbui(tje), en de temperatuur lijkt overal toch wat gezakt tot rond een 32 °C overdag (en dus toch onder de 30 °C ’s nachts). Maar echt een moesson, zoals ik het mij had voorgesteld, heb ik voorlopig nog niet gezien. Anderzijds hoor ik dat het in Zuid-India intussen al meer dan 32 dagen op rij aan het regenen is. Als het zo zit, hoeft het voor mij toch ook niet... ;-)

Twee dagen geleden moest ik alweer naar Dhaka. Het is hier druk – druk – druk! Op 10 augustus is het Eid, het einde van de Ramadan, groot feest. Iedereen is shopping-crazy: overvolle winkels, constante verkeersopstopping in de stad, en veel, heel veel mensen.
Vandaag wou ik terug naar Rangpur, maar ik moet het een dagje uitstellen. Gisteren is besloten dat Jamaat-e-Islami, de extermistische moslimpartij, niet mag deelnemen aan de verkiezingen in november. En nu zijn die natuurlijk kwaad, wat zich sinds gisteravond vertaalt in wegblokkeringen, auto’s en bussen in brand steken en/of met stenen bekogelen, enfin.. “Sjamosja!”

Morgen terug naar Rangpur, naar een nieuwe training op kantoor en nieuwsgierig naar de Eid-festiviteiten...

Houd jullie hoofd koel daar, in het tropische België!

Geplaatst door LienVerbeke 3:59 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (1)

Still alive!

overcast 31 °C

Een hele tijd geleden dat ik nog ’s mijn gedachten op de blog heb gezet. Ruim een maand?
Veel te vertellen dus!

Het begint waar mijn laatste blog eindigde: visite op komst!
Begin mei ging ik dus naar Dhaka, eerst en vooral voor een aantal meetings. Het was opnieuw een heerlijk weerzien met de mede-vrijwilligers daar. Telkens als ik er terugkom, lijkt Dhaka weer een beetje “Westerser”. Mijn normen vervagen duidelijk!
Dit was eveneens de week waarin Cycloon Mohasin over het zuiden van Bangladesh raasde. In Dhaka zaten we veilig, al was het die dag ook daar wel hondenweer (héél veel regen en grijs). Voor de vrijwilligers die in het Zuiden werken en wonen was het een hele opluchting te horen dat de cycloon uiteindelijk minder krachtig was dan gevreesd, en dat hun huisjes nog overeind stonden.

Op 18 mei was het dan zover: ’s morgens vroeg uit de veren en op naar de luchthaven. Heel even zoeken naar dat knopje om om te draaien van zelfstandige, taaie tante in de jungle van Bangladesh, naar normale interactiepartner om Bangladesh mee te delen. Gelukkig ging dat tamelijk vlot.
De voordelen van gezelschap waren snel duidelijk: als vrouw was ik plots veel minder interessant dan die grote blanke man, waardoor ik al eens lekker in het decors kon opgaan in plaats van zelf alle vragen van de nieuwsgierige Bengaaltjes geduldig te moeten beantwoorden.

Na twee dagen ronddolen in Dhaka gingen we richting Rangpur, mijn thuisbasis. Daar was het wel vreemder om de knop omgedraaid te houden, onder het alziend oog van mijn brave buren, mijn conservatieve werkgever en collega’s en de glurende oogjes van allerlei soorten en maten van (onge)diertjes.
Heel leuk wel om te kunnen tonen en delen hoe ik hier écht leef, zonder die steeds tekortschietende woorden. En handig om eens te kunnen aftoetsen in hoeverre mijn eigen impressies stroken met de realiteit of een eigen leven gaan lijden zijn. (Ze blijken toch te stroken met de realiteit.)
In de voormiddag ging ik telkens werken. Daarna gingen we op verkenning in Rangpur (mijn “vaste stekjes”) en daarbuiten (prachtige terracotta hindutempel bij Dinajpur), we waren uitgenodigd bij mensen thuis (waar we – traditiegetrouw – altijd maar onder dwang moesten eten) en kookten als wederdienst eens voor de buren, we gingen naar “mijn” dorpjes en die van medevrijwilligers, en we deelden 2 hartaldagen (en ja: die zijn saai, zo bevestigde mijn bezoeker).

Vanaf 3 juni had ik dan zelf ook verlof. Jippie!
We vertrokken op 2 juni met de nachtbus naar Dhaka, vanwaar we een bus naar Sylhet moesten nemen (daar kwamen we rond de middag aan). Vandaar ging het – met de lokale bus, op maat van Liliputters – naar Srimangal, onze eindbestemming. Een reis van 18 uren.
De eerste 2 nachten verbleven we in een Resthouse. We gingen de fiets op en lieten ons verdwalen in de gigantische theeplantages van Finlay’s Tea Estate. Prachtige omgeving. Het was net theeplukseizoen, wat het geheel nog een mooiere aanblik gaf: de bontgekleurde sarees van de theepluksters tussen het blinkende groen van de theeblaadjes... Waauw! Maar het was geen picknick... Het moet die dag wel 38 graden geweest zijn, en dat liet zich voelen.
De volgende dag verhuisden we naar een stukje paradijs in Bangladesh: Nishorgo Eco Cottages. Een bamboe hutje tussen limoenbomen, naast een klaterend riviertje, genesteld tegen een klein dorpje net buiten Srimangal, tussen theeplantages en een regenwoud. Heerlijk!
Van daaruit was zoveel te doen: een stevige tracking door Lawachara Rainforest (ontmoeting met 3 soorten wilde apen, gigantische spinnebeesten en het oorverdovende geluid van de jungle), jackfruit smullen in de fruittuinen van Srimangal (jackfruit, limoen, ananas, ...), fietsen tussen de dorpjes en de ananasplantages, de Hum Hum Falls diep in de jungle bewonderen na een afmattende tracking door modder en rivieren, dobberen op een reuzemeer tussen de visnetten met hun bijhorende visser bij zonsondergang, ... Avontuur en paradijselijke natuur: ik kon m’n hartje ophalen!
Ons hutje vonden we na twee nachten wel iets minder paradijselijk, toen we een nachtelijke bezoeker hadden opgemerkt. Een grote dikke (dappere) rat was onze snacks even komen voorproeven. Iek! Alles dus in de vuilnisbak gezwierd en ver van onze hut gezet. Om de volgende ochtend vast te stellen dat het beest alles integraal en zonder spoor uit de vuilnisbak naar zijn holletje gesleept had (en er zat zwaar gerief tussen!). Brrr....

Uiteindelijk kwam aan dit mooie liedje toch een eind. We kozen de trein om terug naar Dhaka te reizen (helaas ook op maat van de ondermaatse medemens gebouwd), wat mooie beelden opleverde en passant. In Dhaka deelden we onze laatste twee dagen samen met enkele medevrijwilligers. En toen was het uitzwaaien geblazen.

Gelukkig stond er net een drukke week met veel gezelschap voor de deur.
Dezelfde uitzwaaidag was er ’s avonds een benefit veiling voorzien in het VSO kantoor, met alle VSO-ers die op vandaag in Bangladesh zijn.
De twee volgende dagen was er Professional Development Group door en voor alle internationale vrijwilligers met als thema “Climate Change”. Voor een leek als ik was het echt schokkend om de cijfers eens op een rijtje te zien... Ontstellend om te weten dat er zo bitter weinig rond gebeurt op overheidsvlak, omdat het nu eenmaal niet zo’n “sexy” thema is (want ja, het betekent ook de hand in eigen boezem steken). En dat terwijl het ons allemaal aanbelangt... Héél confronterend!
Vervolgens gingen we voor twee dagen naar een voorziening buiten Dhaka met alle vrijwilligers en alle personeelsleden van VSO Bangladesh voor de jaarlijkse conferentie van VSOB. Hier was het thema “Towards a sustainable future for VSOB and its beneficiaries”. Een boeiende tweedaagse waarin heel wat uitdagingen en aanbevelingen werden gedeeld, vervolgens gebundeld per thema en omgevormd tot actiegroepen per thema, zodat er ook concreet iets kan gebeuren in gemengde teams van International Volunteers en VSO staff. Het was ook een hele opluchting om te horen dat de meeste vrijwilligers dezelfde bedenkingen en frustraties hebben bij hun plaatsing. Dat creëert wat perspectief. Eens goed te kunnen ventileren met mensen die in hetzelfde schuitje zitten, was op zich al een hele opkikker. En het hielp ook om niet alles aan mezelf toe te schrijven, maar actiepunten te zoeken van waar ik weer verder kon.
Terug in Dhaka wachtten er nog twee meetings: ééntje met de collega HR vrijwilligers en ééntje met onze actiegroep rond kennisoverdracht (waar ik mezelf achter geschaard heb gezien mijn grote frustratie rond het niet verkrijgen van gevraagde informatie).

Maar ’t was niet all work en no fun!
Tijdens de jaarlijkse conferentie was er ’s avonds tijd en ruimte voor muziek en dans, en in Dhaka wachtte ons een heus Bal Masqué in het chiqueste restaurant van de stad. Getooid met een gouden bling bling masker, mijn enige party dress en mijn nieuwe schoentjes (oh mirakel, in mijn maat!) en in bontgekleurd en –gevederd gezelschap konden we er genieten van cocktails en ... sushi!!

En dan: back to reality. ‘s Morgens vroeg de bus op naar Rangpur, met een volle rugzak en nieuwe ideetjes en energie. Maar toch ook met lood in de schoenen. Na de heerlijke vakantie, de pret in Dhaka, en het gezelschap (bezoek én vrijwilligers), trok mijn eenzame saaie “stadje” me niet erg aan.
Uiteindelijk viel dat allemaal heel goed mee, eens aangekomen.
Ik vatte de koe bij de hoorns en ben meteen van wal gestoken met de nieuw verworven inspiratie die ik tijdens de jaarlijkse conferentie had opgedaan. Dat geeft mij een veel beter gevoel.
De wol en haaknaald die ik helemaal naar hier heb meegesleept, heb ik eindelijk ook eens ter hand genomen: er is een muts in wording. En dankzij een aangevulde voorraad films, kan ik ook de saaie avonden beter bestrijden.

Maar daarnaast stelde ik nog iets anders vast. De frustratie waar ik twee maanden geleden zo mee worstelde (over hoe het er hier aan toe gaat, in dit gekke Banglaland), lijkt plaats te hebben gemaakt voor rust, aanvaarding. De stress die ik toen soms voelde wanneer er weer eens iets liep zoals het niet moest, heb ik al een tijdje niet meer gevoeld. Wanneer ik nu door de stad bougeer, weet ik dat ik een soort doofheid heb ontwikkeld voor sommige minder fraaie geluiden en een soort eeltlaag voor de minder elegante omgangsvormen van de Bengalen. Ik ervaar een nieuwe lading geduld om met mijn collega’s om te gaan, en om toch vriendelijk te antwoorden op de eeuwig-dezelfde-vragen van passanten.
Tegelijk besef ik dat dit betekent dat de reintegratie thuis wellicht moeilijker wordt. Zoals eerder gezegd: mijn normen vervagen.
Een voorbeeld daarvan is het klimaat. Tijdens de jaarlijkse conferentie deelden Liesbeth en ik een kamer. We hadden de luxe (eerste keer!) een airconditioner op de kamer te hebben. Dat stemde ons heel blij, gezien het nu echt heel warm is (vooral door de toegenomen luchtvochtigheid). We zetten de airco dus op 27 graden. Dat leek ons wel ok. Maar ’s nachts werden we allebei bibberend wakker: we hadden het koud! Bij 27 graden. Jeetje.
Proefondervindelijk stelden we vast dat we wel met 29 graden konden leven: dat was aangenaam fris.

En dat brengt met tot de laatste grote verandering. Het weer.
Tot twee weken geleden was het hier warm. Echt warm. Tussen 34 en 38 °C warm. Dat in combinatie met een hoge luchtvochtigheid staat gelijk aan transpiratie. Veel transpiratie. De dagen waren voornamelijk zonnige. Oh, en warm.
Maar sinds een week is er iets veranderd. Het regent nu bijna elke dag. Geen massa’s, geen wolkbreuken zoals in april, maar elke dag een paar buien of een tijdje wat gemiezer. En – nooit gedacht dat ik deze woorden ooit in de mond zou nemen – dat is héérlijk. De regen koelt de lucht wat af, tot zo’n 29-30 graden, maar dat is – zoals gezegd – aangenaam “fris”. Het maakt slapen wat makkelijker, waardoor ik me overdag ook wat energieker voel. De hitte voordien was echt een killer voor elk spatje energie.

Dus het gaat goed hier. Prima! In mijn hoofd is het wat opgeklaard, in de lucht is het wat meer overtrokken, en ik ben bezig.
Verrassend: de hartals zijn nagenoeg volledig verdwenen. Af en toe wordt er nog wel één aangekondigd, maar bizar genoeg krijgen we dan meestal daags voordien bericht dat de hartal geannuleerd is.

Tot slot nog een grappige anekdote:
Bengalen houden van foto’s. Enorm. Ze houden vooral van poseren. Grappig om zien, want Bengalen kijken heel serieus als ze op de foto gaan.
Na onze trektocht naar de Hum Hum Falls wou de CNG-driver graag met me op de foto. Hij komt dus naast mij zitten en ‘cheese!’.
Wanneer hij daarna de foto ziet, zegt hij: “Neen, opnieuw. Her mouth was open.”
Tjah... Ik glimlachte natuurlijk! :)

Voor beeldmateriaal verwijs ik graag naar mijn Facebook page: "http://www.facebook.com/lien.verbeke".

Geplaatst door LienVerbeke 13:52 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (1)

(Berichten 1 - 5 uit 17) Pagina [1] 2 3 4 »