Een Travellerspoint blog

Still alive!

overcast 31 °C

Een hele tijd geleden dat ik nog ’s mijn gedachten op de blog heb gezet. Ruim een maand?
Veel te vertellen dus!

Het begint waar mijn laatste blog eindigde: visite op komst!
Begin mei ging ik dus naar Dhaka, eerst en vooral voor een aantal meetings. Het was opnieuw een heerlijk weerzien met de mede-vrijwilligers daar. Telkens als ik er terugkom, lijkt Dhaka weer een beetje “Westerser”. Mijn normen vervagen duidelijk!
Dit was eveneens de week waarin Cycloon Mohasin over het zuiden van Bangladesh raasde. In Dhaka zaten we veilig, al was het die dag ook daar wel hondenweer (héél veel regen en grijs). Voor de vrijwilligers die in het Zuiden werken en wonen was het een hele opluchting te horen dat de cycloon uiteindelijk minder krachtig was dan gevreesd, en dat hun huisjes nog overeind stonden.

Op 18 mei was het dan zover: ’s morgens vroeg uit de veren en op naar de luchthaven. Heel even zoeken naar dat knopje om om te draaien van zelfstandige, taaie tante in de jungle van Bangladesh, naar normale interactiepartner om Bangladesh mee te delen. Gelukkig ging dat tamelijk vlot.
De voordelen van gezelschap waren snel duidelijk: als vrouw was ik plots veel minder interessant dan die grote blanke man, waardoor ik al eens lekker in het decors kon opgaan in plaats van zelf alle vragen van de nieuwsgierige Bengaaltjes geduldig te moeten beantwoorden.

Na twee dagen ronddolen in Dhaka gingen we richting Rangpur, mijn thuisbasis. Daar was het wel vreemder om de knop omgedraaid te houden, onder het alziend oog van mijn brave buren, mijn conservatieve werkgever en collega’s en de glurende oogjes van allerlei soorten en maten van (onge)diertjes.
Heel leuk wel om te kunnen tonen en delen hoe ik hier écht leef, zonder die steeds tekortschietende woorden. En handig om eens te kunnen aftoetsen in hoeverre mijn eigen impressies stroken met de realiteit of een eigen leven gaan lijden zijn. (Ze blijken toch te stroken met de realiteit.)
In de voormiddag ging ik telkens werken. Daarna gingen we op verkenning in Rangpur (mijn “vaste stekjes”) en daarbuiten (prachtige terracotta hindutempel bij Dinajpur), we waren uitgenodigd bij mensen thuis (waar we – traditiegetrouw – altijd maar onder dwang moesten eten) en kookten als wederdienst eens voor de buren, we gingen naar “mijn” dorpjes en die van medevrijwilligers, en we deelden 2 hartaldagen (en ja: die zijn saai, zo bevestigde mijn bezoeker).

Vanaf 3 juni had ik dan zelf ook verlof. Jippie!
We vertrokken op 2 juni met de nachtbus naar Dhaka, vanwaar we een bus naar Sylhet moesten nemen (daar kwamen we rond de middag aan). Vandaar ging het – met de lokale bus, op maat van Liliputters – naar Srimangal, onze eindbestemming. Een reis van 18 uren.
De eerste 2 nachten verbleven we in een Resthouse. We gingen de fiets op en lieten ons verdwalen in de gigantische theeplantages van Finlay’s Tea Estate. Prachtige omgeving. Het was net theeplukseizoen, wat het geheel nog een mooiere aanblik gaf: de bontgekleurde sarees van de theepluksters tussen het blinkende groen van de theeblaadjes... Waauw! Maar het was geen picknick... Het moet die dag wel 38 graden geweest zijn, en dat liet zich voelen.
De volgende dag verhuisden we naar een stukje paradijs in Bangladesh: Nishorgo Eco Cottages. Een bamboe hutje tussen limoenbomen, naast een klaterend riviertje, genesteld tegen een klein dorpje net buiten Srimangal, tussen theeplantages en een regenwoud. Heerlijk!
Van daaruit was zoveel te doen: een stevige tracking door Lawachara Rainforest (ontmoeting met 3 soorten wilde apen, gigantische spinnebeesten en het oorverdovende geluid van de jungle), jackfruit smullen in de fruittuinen van Srimangal (jackfruit, limoen, ananas, ...), fietsen tussen de dorpjes en de ananasplantages, de Hum Hum Falls diep in de jungle bewonderen na een afmattende tracking door modder en rivieren, dobberen op een reuzemeer tussen de visnetten met hun bijhorende visser bij zonsondergang, ... Avontuur en paradijselijke natuur: ik kon m’n hartje ophalen!
Ons hutje vonden we na twee nachten wel iets minder paradijselijk, toen we een nachtelijke bezoeker hadden opgemerkt. Een grote dikke (dappere) rat was onze snacks even komen voorproeven. Iek! Alles dus in de vuilnisbak gezwierd en ver van onze hut gezet. Om de volgende ochtend vast te stellen dat het beest alles integraal en zonder spoor uit de vuilnisbak naar zijn holletje gesleept had (en er zat zwaar gerief tussen!). Brrr....

Uiteindelijk kwam aan dit mooie liedje toch een eind. We kozen de trein om terug naar Dhaka te reizen (helaas ook op maat van de ondermaatse medemens gebouwd), wat mooie beelden opleverde en passant. In Dhaka deelden we onze laatste twee dagen samen met enkele medevrijwilligers. En toen was het uitzwaaien geblazen.

Gelukkig stond er net een drukke week met veel gezelschap voor de deur.
Dezelfde uitzwaaidag was er ’s avonds een benefit veiling voorzien in het VSO kantoor, met alle VSO-ers die op vandaag in Bangladesh zijn.
De twee volgende dagen was er Professional Development Group door en voor alle internationale vrijwilligers met als thema “Climate Change”. Voor een leek als ik was het echt schokkend om de cijfers eens op een rijtje te zien... Ontstellend om te weten dat er zo bitter weinig rond gebeurt op overheidsvlak, omdat het nu eenmaal niet zo’n “sexy” thema is (want ja, het betekent ook de hand in eigen boezem steken). En dat terwijl het ons allemaal aanbelangt... Héél confronterend!
Vervolgens gingen we voor twee dagen naar een voorziening buiten Dhaka met alle vrijwilligers en alle personeelsleden van VSO Bangladesh voor de jaarlijkse conferentie van VSOB. Hier was het thema “Towards a sustainable future for VSOB and its beneficiaries”. Een boeiende tweedaagse waarin heel wat uitdagingen en aanbevelingen werden gedeeld, vervolgens gebundeld per thema en omgevormd tot actiegroepen per thema, zodat er ook concreet iets kan gebeuren in gemengde teams van International Volunteers en VSO staff. Het was ook een hele opluchting om te horen dat de meeste vrijwilligers dezelfde bedenkingen en frustraties hebben bij hun plaatsing. Dat creëert wat perspectief. Eens goed te kunnen ventileren met mensen die in hetzelfde schuitje zitten, was op zich al een hele opkikker. En het hielp ook om niet alles aan mezelf toe te schrijven, maar actiepunten te zoeken van waar ik weer verder kon.
Terug in Dhaka wachtten er nog twee meetings: ééntje met de collega HR vrijwilligers en ééntje met onze actiegroep rond kennisoverdracht (waar ik mezelf achter geschaard heb gezien mijn grote frustratie rond het niet verkrijgen van gevraagde informatie).

Maar ’t was niet all work en no fun!
Tijdens de jaarlijkse conferentie was er ’s avonds tijd en ruimte voor muziek en dans, en in Dhaka wachtte ons een heus Bal Masqué in het chiqueste restaurant van de stad. Getooid met een gouden bling bling masker, mijn enige party dress en mijn nieuwe schoentjes (oh mirakel, in mijn maat!) en in bontgekleurd en –gevederd gezelschap konden we er genieten van cocktails en ... sushi!!

En dan: back to reality. ‘s Morgens vroeg de bus op naar Rangpur, met een volle rugzak en nieuwe ideetjes en energie. Maar toch ook met lood in de schoenen. Na de heerlijke vakantie, de pret in Dhaka, en het gezelschap (bezoek én vrijwilligers), trok mijn eenzame saaie “stadje” me niet erg aan.
Uiteindelijk viel dat allemaal heel goed mee, eens aangekomen.
Ik vatte de koe bij de hoorns en ben meteen van wal gestoken met de nieuw verworven inspiratie die ik tijdens de jaarlijkse conferentie had opgedaan. Dat geeft mij een veel beter gevoel.
De wol en haaknaald die ik helemaal naar hier heb meegesleept, heb ik eindelijk ook eens ter hand genomen: er is een muts in wording. En dankzij een aangevulde voorraad films, kan ik ook de saaie avonden beter bestrijden.

Maar daarnaast stelde ik nog iets anders vast. De frustratie waar ik twee maanden geleden zo mee worstelde (over hoe het er hier aan toe gaat, in dit gekke Banglaland), lijkt plaats te hebben gemaakt voor rust, aanvaarding. De stress die ik toen soms voelde wanneer er weer eens iets liep zoals het niet moest, heb ik al een tijdje niet meer gevoeld. Wanneer ik nu door de stad bougeer, weet ik dat ik een soort doofheid heb ontwikkeld voor sommige minder fraaie geluiden en een soort eeltlaag voor de minder elegante omgangsvormen van de Bengalen. Ik ervaar een nieuwe lading geduld om met mijn collega’s om te gaan, en om toch vriendelijk te antwoorden op de eeuwig-dezelfde-vragen van passanten.
Tegelijk besef ik dat dit betekent dat de reintegratie thuis wellicht moeilijker wordt. Zoals eerder gezegd: mijn normen vervagen.
Een voorbeeld daarvan is het klimaat. Tijdens de jaarlijkse conferentie deelden Liesbeth en ik een kamer. We hadden de luxe (eerste keer!) een airconditioner op de kamer te hebben. Dat stemde ons heel blij, gezien het nu echt heel warm is (vooral door de toegenomen luchtvochtigheid). We zetten de airco dus op 27 graden. Dat leek ons wel ok. Maar ’s nachts werden we allebei bibberend wakker: we hadden het koud! Bij 27 graden. Jeetje.
Proefondervindelijk stelden we vast dat we wel met 29 graden konden leven: dat was aangenaam fris.

En dat brengt met tot de laatste grote verandering. Het weer.
Tot twee weken geleden was het hier warm. Echt warm. Tussen 34 en 38 °C warm. Dat in combinatie met een hoge luchtvochtigheid staat gelijk aan transpiratie. Veel transpiratie. De dagen waren voornamelijk zonnige. Oh, en warm.
Maar sinds een week is er iets veranderd. Het regent nu bijna elke dag. Geen massa’s, geen wolkbreuken zoals in april, maar elke dag een paar buien of een tijdje wat gemiezer. En – nooit gedacht dat ik deze woorden ooit in de mond zou nemen – dat is héérlijk. De regen koelt de lucht wat af, tot zo’n 29-30 graden, maar dat is – zoals gezegd – aangenaam “fris”. Het maakt slapen wat makkelijker, waardoor ik me overdag ook wat energieker voel. De hitte voordien was echt een killer voor elk spatje energie.

Dus het gaat goed hier. Prima! In mijn hoofd is het wat opgeklaard, in de lucht is het wat meer overtrokken, en ik ben bezig.
Verrassend: de hartals zijn nagenoeg volledig verdwenen. Af en toe wordt er nog wel één aangekondigd, maar bizar genoeg krijgen we dan meestal daags voordien bericht dat de hartal geannuleerd is.

Tot slot nog een grappige anekdote:
Bengalen houden van foto’s. Enorm. Ze houden vooral van poseren. Grappig om zien, want Bengalen kijken heel serieus als ze op de foto gaan.
Na onze trektocht naar de Hum Hum Falls wou de CNG-driver graag met me op de foto. Hij komt dus naast mij zitten en ‘cheese!’.
Wanneer hij daarna de foto ziet, zegt hij: “Neen, opnieuw. Her mouth was open.”
Tjah... Ik glimlachte natuurlijk! :)

Voor beeldmateriaal verwijs ik graag naar mijn Facebook page: "http://www.facebook.com/lien.verbeke".

Geplaatst door LienVerbeke 13:52 Gearchiveerd in Bangladesh

Email deze blog postFacebookStumbleUponRedditDel.icio.usIloho

Inhoudsopgave

Reacties

Nog een aanvullingetje rond het weer:
Op de dag van publicatie was het in Rangpur 32,2°C en een luchtvochtigheidsgraad van maar liefst 97%.
Dat verklaart wel wat ;)

02/07/2013 door Lien

Deze blog bericht is nu gesloten voor reacties van niet-leden van Travellerspoint. Je kan nog wel een reactie achter laten als je lid bent van Travellerspoint.

Vul hier jouw Travellerspoint login details in

( Wat is dit? )

Als je nog geen lid van Travellerspoint bent, kun je gratis lid worden.

Word lid van Travellerspoint