Een Travellerspoint blog

Cruisen door de Desh

overcast 28 °C

September is voorbij. En wat ging het snel!
Geen wonder ook, met een volle agenda, veel gereis, en veel gezelschap....

Eind augustus zijn mijn collega vrijwilligers Liesbeth, Iulia en Chantal en ik begonnen aan onze Youth Club board training-marathon. We hadden de voorbije maanden samen een tweedaagse training ontwikkeld voor de leidinggevende leden van alle Youth Clubs, rond samenwerken, communicatie, gender, taakverdeling en motivatie. En nu was het tijd om in onze drie regio’s de training te gaan geven.
Rangpur was als eerste aan de beurt. Liesbeth en Chantal reisden dus af naar Iulia en mijn hometown en samen beten we de spits af van onze tour door Bangladesh.
Chitalmari, het dorpje in het Zuiden waar Liesbeth woont en werkt, was als tweede aan de beurt. Eens onze taak in Rangpur erop zat, reisden we met de nachttrein naar daar.

Vanuit Chitalmari keerde ik rechtstreeks terug naar Dhaka om mijn bezoekers op te pikken.
Dat bleken er trouwens geen twee te zijn, maar drie! Mijn zusje had in het grootste geheim ook een vliegticket geboekt om samen met mijn ouders hierheen te komen, maar dat had iedereen mooi verzwegen. Een hele leuke verrassing!
Het was een gezellig weerzien, en er viel veel te tonen en te proeven natuurlijk. Niet alleen voor mijn ouders en zusje, maar ook voor mij, aangezien ze heel wat lekkers uit Belgenland mee hadden :-) We spendeerden twee dagen in de hoofdstad, om dan naar mijn thuisbasis in Rangpur af te zakken.
We bezochten samen “de stad”, een oud college, het mooiste dorpje waar ik werk en de “chars” (heel afgelegen dorpjes in overstromingsgebied).
Na een paar dagen Rangpur, reisden we naar Srimangal. We verbleven opnieuw in de eco cottages van Nishorgo, en genoten van de vele mogelijkheden in de rustige omgeving: fietsen tussen de fruitplantages en hindu-dorpjes, een trektocht door het regenwoud (aapjes kijken en reuzespinnen vermijden), fietsen door de theeplantages en ingaan op de warme uitnodigingen van de vredige hindu-gemeenschap om deel te nemen aan hun “puja” (eredienst) voor hun god van de veiligheid (héééél mooi om zien!!) en een bezoek aan een dorp van pottenbakkers en een dorp van wevers (stammen).
Het deed me raar om Srimangal terug te verlaten, en deze keer “voorgoed”... De sfeer daar is zo heerlijk, zo open, rustig, gemoedelijk.
Terug in Dhaka nog de allerlaatste souvenir-shoppings en uiteindelijk het vertrek van mijn visite, in het holst van de nacht.

Het was heel leuk om mijn wereld hier met mijn familie te kunnen delen! En die wereld liet zich rauw en onversneden zien... Met al zijn schoonheid en lelijkheid, een perfecte sample in die twee weken kennis te maken met het leven zoals het is...in Bangladesh.
Het was bijvoorbeeld warm, heeeeeel warm. En dat kan je wel vertellen aan de telefoon, maar dat weet je pas als je het voelt. En dat hebben ze!
En het was constant “vechten”. Vier “bidesi” (vreemdelingen) stond garant voor vier dollartekens in de ogen van iedereen met wie we geld moesten uitwisselen. Dat betekende dan ook bij iédere transactie gedoe, gediscussieer en irritatie.
Maar er was ook de gastvrijheid, de pracht van het platteland en de verrassingen in kleine hoekjes.
Ook het openbaar vervoer toonde zich van zijn meest Bengaalse kant. We hadden:
- een geannuleerde bus
- veel te late bus
- kapotte airco tijdens een monsterfile (= zweten, zonder raampjes die open kunnen!)
- afgereden busdeur (doordat die open stond om wat frisse lucht binnen te krijgen wegens defecte airco)
- klapband met bus
- chick-fight tijdens vervangen van klapband
- betogers op straat onderweg
- klapband met autoriksja
- nog een geannuleerde bus
- kamikaze buschauffeur
- constant stilvallende auto (te midden van het verkeer)
Maar zoals dat gaat in Bangladesh: uiteindelijk kwam alles wel weer goed...

Eens mijn bezoek was uitgezwaaid, maakte een buikbeest zich van mij meester. Dat resulteerde in 4 dagen koorts, slapheid en bedrust.
Intussen waren Iulia, Chantal en Liesbeth ook terug in Dhaka, want we wachtten met z’n allen af of we groen licht zouden krijgen om onze training ook in de Chittagong Hilltracks te gaan geven. Dat heuvelachtige gebied huisvest heel wat “stammen”, en heeft andere veiligheidsmaatregelen dan de rest van Bangladesh. Zonder toelating, kom je er niet in.
Het bleef spannend tot op het allerlaatste moment, want we kregen pas de avond voor ons geplande vertrek de langverwachte “go”.
Snel inpakken en wegwezen dus! Het werd een tamelijk apocalyptische rit (of lag het aan het koorts-staartje dat ik nog meesleepte?), met heel bizar weer (reuzedonker, felle bliksem, een beetje zoals in films als “Twister” van indertijd) en door heel gekke delen van Dhaka die ik nog niet eerder had gezien (chaotischer dan wat ik mij ooit bij ‘chaotisch’ kon voorstellen).
Toen we de heuvels inreden, maakte mijn hart een sprongetje. Wat een pracht! Wat een paradijselijke natuur! Het groen daar is groener dan het groenste groen dat ik ooit heb gezien. De lucht is zuiver. En de heuvels lijken een mysterie. Temeer omdat ze, terwijl je erdoor rijdt, precies gaandeweg lijken te “verdwijnen”. Huisjes waren perfect verborgen door moeder natuur, en mensen leken uit het niets op te duiken. Dit is de enige plek in Bangladesh met dit landschap. En ook de mensen die hier wonen zien er helemaal anders uit: ze hebben een veel Aziatischer gezicht (amandelvormige ogen) en hun huid is iets lichter.
Maar de sfeer is ongetwijfeld het grootste contrast met de rest van het land. Het lijkt wel een andere wereld. Op straat is het rustig en sereen. De mensen laten ons met rust: geen geschreeuw of macho-gedoe op straat. Er wordt niet gelogen over de prijzen, en er zijn dus geen discussies wanneer er betaald moet worden. Man en vrouw zijn hier gelijk. Er worden een soort bamboe-waterpijpen gerookt. En ook de eetgewoontes zijn anders. Op het menu staan ook bananenboom (schors) en bamboe (niet de scheuten, zoals wij ze kennen, maar echt stukjes jonge bamboe).
Nu begrijp ik perfect dat de vrijwilligers die hier wonen en werken, geen zin hebben om naar huis te keren. Dit is een prachtig, goed verborgen en afgeschermd stukje paradijs in het hoekje van Bangladesh, dicht tegen de grens met Myanmar aangeschurkt. Hier wil ik nog eens terugkomen.
Want veel tijd was er niet. We hadden slechts 3 dagen: een dag om voor te bereiden en twee dagen training. De nacht na de laatste trainingsdag zaten we alweer op de bus terug naar Dhaka.
Dat was trouwens ook een bewogen rit... In eerste instantie omdat mijn maag niet zo tevreden was met de bruuske rijstijl van de chauffeur over de zigzagwegen door de heuvels, gevolgd door twee platte banden die aanzienlijke vertraging opleverden.
’s Morgens rustten Liesbeth en ik dan ook samen uit in de Bagha Club voor we de volgende ochtend vroeg alweer vertrokken, elk terug naar onze placement.

En zo ben ik nu terug in Rangpur, na een maand van omzwervingen.
Het seizoen is in de voorbije week wat veranderd: een beetje koeler, en een beetje natter. Al is dat laatste ongebruikelijk voor de tijd van het jaar. Misschien wat inhaalregen wegens de bijzonder droge moesson?
Het was in elk geval fijn thuiskomen in een huis dat deze keer géén sauna was, en waar niet al mijn textiel een laagje schimmel had...

Het was mijn laatste busrit van Dhaka naar Rangpur.
Het is begonnen. De “laatste keren”.

Geplaatst door LienVerbeke 23:58 Gearchiveerd in Bangladesh

Email deze blog postFacebookStumbleUponRedditDel.icio.usIloho

Inhoudsopgave

Reageer als eerste.

Deze blog bericht is nu gesloten voor reacties van niet-leden van Travellerspoint. Je kan nog wel een reactie achter laten als je lid bent van Travellerspoint.

Vul hier jouw Travellerspoint login details in

( Wat is dit? )

Als je nog geen lid van Travellerspoint bent, kun je gratis lid worden.

Word lid van Travellerspoint