Een Travellerspoint blog

Rangpur....at last.

sunny 31 °C
Bekijk Met VSO naar Bangladesh op LienVerbeke's reiskaart.

Hoewel ik op 9 maart effectief in de minibus zat, op weg naar Rangpur, kon ik het nog steeds niet echt geloven. Eindelijk, vele hartals later, konden we Dhaka dan toch achter ons laten en onze échte bestemming gaan ontdekken; gepakt en gezakt met zeker evenveel bagage als nieuwsgierigheid.

De aankomst was niet meteen rozengeur en maneschijn. Mijn “E.D.” (Executive Director) was in geen velden of wegen te bespeuren, het eerste uur in Rangpur bestond uit ‘wachten op Godot’, en de accomodatie die DCPUK had voorzien was een grote tegenvaller (een soort achtergebouw van een kantoor, zonder lichtinval, vochtig en met een typische “natte-kelder-geur”: een plek waar geen ‘thuis’ van te maken valt). Dat was dus wel even slikken.
De volgende ochtend (na een nachtje logeren bij Fyrn, mijn Filipijnse mede-VSO-volunteer en ook tewerkgesteld bij DCPUK) heb ik direct mijn stoute schoenen aangetrokken en mijn E.D. aangesproken over het ‘huis’. Gelukkig reageerde hij heel begrijpend en was akkoord om een nieuwe plek voor me te zoeken. Tot die tijd kan ik bij Fyrn blijven logeren, in haar 2de slaapkamer.
Mijn stuntelige pogingen om me in het Bangla verstaanbaar te maken, werden warm onthaald door de collega’s. Ze appreciëren het enorm dat ik de moeite doe om hun taal te beheersen en reageerden heel positief op mijn vraag om bijkomende lessen Bangla te krijgen hier.

Rond de middag kon ik al direct mee naar één van de dorpen waar ik zal werken: Kuribisha.
En toen wist ik het zeker: ik zit hier goed, dit is ‘juist’. De omgeving rond Rangpur ‘town’ is alles en meer van wat ik hoopte dat ik hier zou vinden. Genieten dus, met àl mijn zintuigen: de geur van verse buitenlucht (in tegenstelling tot de uitlaatdampen in Dhaka), de stilte - enkel onderbroken door tsjirpende vogels, mekkerende schapen, tokkelende kippen en zingende mensen (en niet meer door het onophoudelijke, snerpende getoeter van auto’s), de zon en een briesje op mijn huid, en het frisse groen van rijstvelden, bananenbomen, bamboebosjes, en tabaksplantages. De kleurrijke vlekjes mens tegen die achtergrond vormen een prachtig contrast.
Wat ik me als kind voorstelde bij ‘een boerderijtje in de middeleeuwen’ (waar ik ook naartoe terug wou worden geflitst met een teletijdmachine – tjah... ), kan ik daar met eigen ogen en in levenden lijve zien: boerderijen rond kleine binnenkoertjes, met een grote hooiberg ernaast, dieren die los over het erf rondlopen en een vuurtje onder het afdak op de koer... En zo komt mijn kinderdroom dan toch nog uit.

Mijn werkomgeving is dus in elk geval een gigantische meevaller. Ik kan niet beschrijven hoe graag ik daar ben, maar laat de beelden voor zich spreken en hoop dat jullie op die manier ook kunnen meegenieten.
Om een genuanceerd beeld te geven van hoe het leven hier is, moet ik ook vertellen over de frustraties.
Hier zijn en binnenkijken in de aanpak van organisaties, is een echte eye-opener. Het wordt pijnlijk duidelijk hoe lang de weg is die nog moet worden afgelegd voor er hier grondig en duurzaam dingen kunnen veranderen, en hoezeer ik mijn eigen verwachtingen van wat ik in (amper) 9 maanden kan bereiken moet bijsnoeien.
Maar ook het leven van alle dag is geen koekenbak en vraagt heel veel tijd en energie.

Een paar voorbeelden:
Op kantoor hebben amper 2 mensen een pc. Hun beheersing van het Engels is heel beperkt, waardoor ze de helft van de mails die ze krijgen eigenlijk niet begrijpen. Oplossing: uitprinten en op het bureau van de baas leggen (die evenmin Engels spreekt). De PC wordt trouwens pas ten vroegste 2u na aankomst op kantoor opgestart, want er moet eerst thee gedronken worden en krant gelezen en met iedereen een praatje geslaan. Vervolgens komt er zeker 3 man mee rond de pc zitten om verder te praten, terwijl de pc-persoon af en toe een blik op het scherm werpt.
Op elk bureau liggen stapels geel-bruin geworden papieren en ook de keuken doet dienst als een soort archief van losse stapels vergeelde documenten.
Als je één van je collega’s/verantwoordelijken de gegevens bezorgt en afspraken maakt om samen naar een meeting te gaan, kan je er donder op zeggen dat die er niet is.

Zowel tijdens als buiten het werk gaat ook ontzettend veel tijd en energie naar pogingen om met elkaar te communiceren. Zo is yoghurt kopen bijvoorbeeld een ‘mission impossible’.
Je gaat naar de winkel en vraagt om curd (= Bangla voor yoghurt). Vervolgens doet de verkoper het teken van iets neerleggen: “yes yes, card”. “No, not cArd, cUrd, yoghurt, made from milk.” “Aaaaah, yes yes, cArd!” (opnieuw het teken van iets neerleggen op tafel). “No, not cArd, ... (etc)”, om vervolgens iemand mee te slepen naar een winkel waar ze zoete yoghurt verkopen (niet bepaald een delicatesse, als je ’t mij vraagt), ernaar te wijzen en te zeggen “misti na” (niet zoet). “Yes, yes, misti.” “No, misti na lagbe” (no, i need not sweet) “Yes, yes, misti”. Enfin, ik kan je wel zeggen: tegen die tijd heb je écht geen zin meer in yoghurt en staak je je pogingen...

Ook wachten is een echte minutenvreter. Zo maak je een afspraak met een lerares Engels (omdat we graag extra lessen Bangla zouden krijgen om het communicatieprobleem tot een minimum te herleiden) om 11u30, om haar uiteindelijk om 14u30 te zien verschijnen. Of je staat in een winkel, en moet wachten tot de verkoper het zakje waarin hij je waar wil opbergen eerst eens van alle kanten en hoekjes heeft bekeken, omgedraaid, nog eens omgedraaid, opzij gelegd, nog eens opgepakt, opengeprutst, niet rond de goederen krijgt, nieuw zakje neemt (met hetzelfde studie- en omdraairitueel), ...

Als een gemaakte afspraak doorgaat (verrassend!), blijkt vaak dat niet alles is wat het lijkt (de volgende verrassing dus).
Zo hadden we (Fyrn, mezelf en een andere vrijwilligster die voor een melkbedrijf werkt) een afspraak met een dorp, waar mijn organisatie had geïnvesteerd in een melk-coöperatieve. Zo kunnen de locale boeren hun krachten bundelen en hun melk aan een betere prijs verkopen aan bvb het melkbedrijf waar de andere vrijwilligster voor werkt. Goed idee! Dus we gaan allemaal samen naar het dorp om met de boeren te praten. Als we daar aankomen, blijkt dat de mensen niet allemaal samen in het lokaal zijn waar ze hadden moeten verzameld zijn. Dan maar één voor één alle boerderijtjes aflopen en tellen hoeveel koeien er zijn... Om vast te stellen dat er helemaal niet genoeg koeien zijn voor een coöperatieve, laat staan om melk te leveren aan het bedrijf in kwestie...

En dan is er nog het steeds veranderen van afspraken en plannen. Dat de hartals vaak stoorzender zijn, dat wisten jullie al. Maar ook daarnaast moet ik vaststellen dat elke afspraak die ik in mijn agenda genoteerd heb tot nu toe (en dat was er minstens elke dag 1) nadien weer heb moeten schrappen en verwisselen door iets anders. Gelukkig ben ik niet zo hard gehecht aan plannetjes  Zonder flexibiliteit word je hier gegarandeerd knettergek.

Door meer met de lokale bevolking te moeten overleggen en samenwerken, wordt ook meer voelbaar dat er een positieverschil is tussen man en vrouw. Er wordt vaak niet de moeite genomen om naar onze mening te luisteren, of om te vertalen wat er onder de mannen onderling in het Bangla wordt overlegd. Dat is geen leuk gevoel, er zowat bij te staan als een onnozel schaap en niet betrokken te worden. Maar ook daar hoop ik dat een betere beheersing van het Bangla, en tijd om te tonen wat ik voor hen kan betekenen, op termijn wat meer balans kan brengen.

Enfin, ik ben ontzettend blij dat ik hier ben, en ik voel mij hier goed.
Het stadje is eigenlijk maar een groot dorp, en binnen de 5 minuutjes sta ik tussen het groen en de rust waar ik zo van geniet.
Het werken is geen makkie, omwille van de communicatiemoeilijkheden, het onvermogen dingen te plannen en een duidelijk gebrek aan efficiëntie, maar tegelijk bruis ik van de ideeën, zeker na overleg met enkele instanties die héél mooie projecten hebben en mij inspireren en enthousiasmeren om te doen wat ik kan met de tijd die ik hier heb.
De frustraties van alle dag nemen we erbij, zo gaat het hier nu eenmaal, en het zal ikzelf zijn die mij daaraan moet aanpassen en niet omgekeerd.

Gisteren zijn wel de eerste ziektekiempjes binnengeslopen, nadat mijn E.D. recht in mijn gezicht had gehoest (niet opzettelijk of kwaad bedoeld: basiskennis over hygiëne en ziektepreventie is hier gewoon echt minimaal), waardoor ik het nu zelf ook heb zitten.

Maar het mag duidelijk zijn: mijn hoofd en geest zijn kiplekker.

Geplaatst door LienVerbeke 17:51 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (3)

Die hartals...

Wat is dat nu eigenlijk precies?

sunny 33 °C

Hartals zijn in Bangladesh vaak een grote stoorzender in de uitvoering van plannetjes, dat konden jullie eerder hier en daar al lezen. In een land waar plannen sowieso al geen evidentie is, staan hartals de dag van vandaag bovenaan het lijstje van stoorzenders.

Maar was is dat nu eigenlijk, een hartal?

Een hartal is een nationale stakingsactie, waarbij alle scholen, winkels, kantoren, ... gesloten zijn. Op een hartaldag ligt het land plat. Er wordt niet gewerkt, gewinkeld, gehandeld, er is geen import of export, geen transport (of toch heel beperkt), ...
De bedoeling van zo’n hartal is de regering duidelijk te maken dat men het niet eens is met wat er gebeurt, met een beslissing die werd gemaakt, ...
Specifiek in Bangladesh zijn hartals eigenlijk een oud zeer. Ze zijn er altijd al geweest en zullen er zeker nog een tijdje zijn. Belangrijk is dat het niet de man in de straat is die hierover beslist (die is er vooral de dupe van), maar de oppositiepartijen. Zij kondigen (meestal de avond voordien) aan wanneer en hoe lang er een hartal komt...

Een stukje ontstaansgeschiedenis van Bangladesh is een handig kader om de huidige trouble te kunnen plaatsen:
Oorspronkelijk was (het huidige) Bangladesh een deel van India. Toen de Britten India niet meer geheel in de hand hadden, beslisten ze om het land op te delen in 2 gebieden, op basis van religie. Zo ontstond in 1947 het huidige India, afgesplitst van Pakistan - een land dat toen uit 2 delen bestond die 1600 kilometer uit elkaar lagen (Oost- en West-Pakistan, waarvan West-Pakistan het land is dat we als het huidige ‘Pakistan’ kennen).
Dat was niet echt een haalbare strategie natuurlijk, vooral aangezien beide ‘landsdelen’ noch geografisch, noch cultureel-evolutionair iets deelden, zelfs geen gemeenschappelijke moedertaal. Het Pakistan van toen werd geregeerd vanuit West-Pakistan, waardoor Oost-Pakistan nog steeds het gevoel had gekoloniseerd te zijn – deze keer niet door de Britten, maar door de Pakistanen. De spanningen namen steeds toe en kenden een hoogtepunt toen West-Pakistan de overweldigende verkiezingsresultaten van de links-seculiere partij Awami League in Oost-Pakistan volledig naast zich neer wou leggen ten voordele van een politiek gebaseerd op de Islam, en toen de Oost-Pakistanen (Bangladesh) hun moedertaal dreigden te moeten inwisselen voor het Urdu (een taal die ze hier helemaal niet spreken).
Zo ontstond in 1972 - na een hevige Liberation War - het huidige Bangladesh: vanuit het streven naar 1 staat, 1 natie, waarin verschillende religies en volkeren konden samenleven en met behoud van hun eigen moedertaal, het Bangla. Nationalisme en secularisme zijn hier de sleutelwoorden.
De stichtende partij tijdens de kinderjaren van Bangladesh was dus Awami League, geleid door de vader van de natie: Banga-bandhu (bandhu = vriend).
Maar in 1975 werd Bangabandhu en zijn hele familie vermoord en werd de staat overgenomen door diegenen die het moordcomplot hadden bedacht.
Sindsdien is de politieke geschiedenis van Bangladesh het best te omschrijven als een constant “haasje-over” van partijen met een tegenovergesteld gedachtengoed. Ze lossen elkaar termijn na termijn af en daarmee doen ze ook steeds teniet wat in de vorige termijn werd gerealiseerd (wegens het contrast met hun eigen ideologie: links-seculier versus nationalistisch en religieus-georienteerd (Islamitisch in dit geval)). Vooruitgang is op die manier heel lastig natuurlijk...

De dag van vandaag ligt de frequentie aan hartals wel erg hoog en is er veel meer agressie, en daar zijn meerdere redenen voor.

Volgend jaar in januari zijn er verkiezingen in Bangladesh. Vandaag is de Awami League aan de macht in Bangladesh. Zij zijn links georiënteerd en secularistisch. Maar de oppositiepartijen willen heel duidelijk maken dat ze niet akkoord zijn met de huidige regering, en roepen dus geregeld een hartal uit die het land lam legt. Dat is hun manier van aandacht vragen en wie weet wel stemmen ronselen...

Daarnaast is het proces tegen 11 oorlogscriminelen uit de Liberation War een tijdje terug gestart. Deze mensen waren (mede)verantwoordelijk voor de genocide en verkrachtingen in die tijd. Dat deze rechtszaken nu voorkomen, is mogelijk doordat Awami League vandaag de dag aan de macht is in Bangladesh. Maar dat is zeer tegen de zin van Jamaat Al Islami – de politieke partij waar deze oorlogscriminelen lid van waren/zijn. Zij uiten dus hun protest...via hartals.
De eerste veroordeelde is het land uitgevlucht.
De tweede kreeg levenslang. Daarop kwam er een sterke (maar vredevolle) reactie over het hele land door mensen die eisen dat deze man de doodstraf krijgt, wat volgens het Bengaalse rechtboek de juiste strafmaat is. Zij (Shahbag movement) houden al ruim een maand lang non-stop vredige betogingen.
De derde kreeg de doodstraf. Dat lokte hevig protest uit van Jamaat, met een sterk verhoogd aantal hartals tot gevolg, en helaas ook een sterke toename van geweld. De kranten staan vol met afschrikwekkende verhalen: de voorbije dagen werden gemiddeld 40 mensen per dag vermoord, hindu-dorpen werden afgebrand, politieagenten gemarteld, ... Een paar steden zijn nu in handen van het leger in een poging om de situatie in de hand te houden. Vooral overheidsgebouwen/vertegenwoordigers/voertuigen zijn het mikpunt van agressie.
Vorig weekend laaide de agressie fel op toen Jamaat een foto publiceerde van de maan met daarop het gezicht van de veroordeelde (alsof het een verschijning was). Heel veel mensen geloofden dit als teken van zijn onschuld, en gingen door het lint...
Deze week (en ook vandaag) werd er nu ook een hartal aangekondigd door BNP (Bangladesh National Party) (de andere oppositiepartij) uit protest tegen de hartals door Jamaat.
Zo blijven we bezig natuurlijk...
Zondag volgt de uitspraak in de zaak tegen de 4de oorlogsmisdadiger... Dat zal zeker niet zonder gevolgen blijven. En dan zijn er nog 7 rechtszaken te gaan...

Al dat gestaak heeft natuurlijk ook gevolgen, niet in het minst voor de economie.
De hele handel ligt stil, de beurscijfers maken een duik naar beneden, de prijzen van sommige producten schieten de lucht in omdat ze niet tot op hun bestemming geraken, duizenden containers zitten vast en komen het land niet in/uit, ... De kleine handelaar wordt niet bevoorraad, de groenteboer moet toekijken hoe zijn groenten liggen te rotten omdat hij ze niet tot in de steden krijgt, de wegen worden afgezet (door vuurposten, door vrouwen en kinderen als levend schild), politie-agenten, overheidsvoertuigen en –gebouwen worden bekogeld met stenen/molotovcocktails, ...

En zo komt het ook dat ik nog steeds in Dhaka zit, “vastzit”. Ik kan nog niets doen want ik heb nog geen job, onze inductie training zit erop, en tijdens hartaldagen is alles dicht. Vorig weekend (er waren 4 opeenvolgende hartaldagen aangekondigd) hebben we dan ook onderdak gezocht bij Maggie, een vrijwilligster die in de diplomatieke wijk van Dhaka woont. Daar is het doorgaans rustig (geen agressie) op hartaldagen, en het zwembad van de expatclub is er om de hoek. Dat leek ons wel iets aangenamer dan 4 dagen binnen zitten in het appartement. Maar daarvoor zijn we natuurlijk niet naar hier gekomen: om te zonnen en te zwemmen...
Het plan is nu dat ik zaterdag (9 maart) vertrek naar Rangpur, maar het mag jullie inmiddels duidelijk zijn: dat hangt nog van veel factoren af. De enige zekerheid is de constante verandering.

We shall see,
Insha’Allah...

Geplaatst door LienVerbeke 11:13 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (0)

Het leven zoals het is...het jaar 1419 in Bangladesh.

sunny 31 °C

Je leest het goed: 1419.
Hier vieren we op 14 april nieuwjaar. Volgens de Bengaalse kalender leven we nu in het jaar 1419.
Voor alle officiële zaken is het hier, net als bij jullie, ook 2013, maar als er nieuwjaar gevierd wordt, dan gebeurt dat in hoofdzaak in april, deze keer om het jaar 1420 in te luiden... “Ons” nieuwjaar is hier niet zo populair.

Maar 1419 is zo gek nog niet. Toen ik vorige week zaterdag op fieldtrip ging naar Sathkira kon ik er mij in elk geval iets bij voorstellen...

Na een rit van 13 uren kwamen we ’s avonds laat aan in het stikdonkere Sathkira, warm verwelkomd door de fiere uitbaters van een splinternieuw guesthouse. Als we de bus uitstappen, zuigen we onze longen vol met...zuivere lucht! Heerlijk, na de zware Dhaka-dampen...
Na een fris nachtje, werden we wakker onder een loodgrijze hemel, en voelde ik iets wat ik hier niet had verwacht: brrrr, koud en zelfs een beetje regen!! (Blijkbaar heel uitzonderlijk, zo’n weertje deze tijd van het jaar.) Met een typisch Bengaals ontbijt (met een soort niet-zoete pannenkoekjes, een gebakken eitje en een groentencurry) achter de kiezen, startte de exposure visit.
We reden hobbel de bobbel (de wegen hebben hier zwaar afgezien na overstomingen) naar de organisatie waar één van de vrijwilligers al een hele tijd voor werkt. Het verwelkomingscomité stond ons al op te wachten met de typische “welcome-flowers”, ze gooiden goudsbloemblaadjes over ons hoofd en we kregen een lekkere misti (typisch zoet hapje van hier). Apetrots leidden ze ons rond in hun centrum, waar ze strijden voor de rechten en empowerment van de Bengaalse vrouw. De stichtster van Nakshikantha bracht ons haar verhaal:
De Bengaalse vrouw heeft heel weinig rechten. Bangladesh is een zeer uitgesproken patriarchale maatschappij, waarbij de man in alle opzichten meer rechten en mogelijkheden heeft dan de vrouw (betere en meer voeding, onderwijskansen, gaan werken, inspraak, ...). Eens een vrouw getrouwd is, mag ze haar huis bijna niet meer uit (of het is om eten te gaan kopen of water te halen): haar wereld wordt dus piepklein. De stichtster van Nakshikantha wou daar verandering in brengen en wou vrouwen aanmoedigen om naar buiten te komen en te tonen dat ook zij kunnen bijdragen aan de maatschappij, dat ook zij geld kunnen verdienen en mee hun familie kunnen ondersteunen, etc., zodat de status van de vrouw kan groeien. Vanuit dat idee is al de rest ontstaan. Nu geeft Nakshikantha dag in dag uit pc-training aan jonge vrouwen uit de wijde regio, zodat deze meer toegang krijgen tot informatie allerhande, ze trainen vrouwen in ‘handicrafts’ en hoe die aan de markt te brengen, en proberen de meisjes uit de dorpen zoveel mogelijk te betrekken bij de Youth Clubs zodat ook zij hun stem kunnen laten horen.

We gaan met z’n allen op bezoek bij één van deze Youth Clubs, in een dorp in de buurt. Ook daar worden we enthousiast onthaald, met een regen aan goudsbloemblaadjes en opgetogen gezichtjes. Als we binnen zitten de Youth Club wordt er langs alle hoekjes en gaatjes binnengegluurd: iedereen wil een glimp opvangen van die bideSi (vreemdelingen). De jongeren leggen ons uit hoe ze te werk gaan, en blijven vertellen hoe trots ze zijn dat wij van zo ver zijn gekomen, speciaal om hen en hun werk te zien, dat hen dat kracht en goesting geeft om verder te gaan: als wij het zo belangrijk vinden dat we van zo ver komen naar hen, dan moet het wel goed zijn wat ze doen. Tussendoor hoor je buiten de koeien loeien, geitjes mekkeren en kippen tokken. Heerlijk!
De huisjes zijn heel basic, klein, met kleien muren en een dak van stro. De dieren lopen los rond door het dorp. Het is er stil en heel afgelegen.

Lunchen doen we in een dorp waar een andere vrijwilligster aan het werk is, in hun Adolescent Resource Center (trainings- en informatiecentrum voor de jeugd). Opnieuw staan de jongeren ons vol spanning op te wachten, bestrooien ons met bloemblaadjes en vertrappelen elkaar bijna uit enthousiasme om ons een een bloempje (deze keer 2 goudsbloempjes) te overhandigen. Ze vinden het ook heel leuk om te bekijken hoe wij onhandig met onze handen zitten te smikkelen...
Onze volgende stop is een ander dorp waar Carolien samen met een Youth Club werkt. Een massa dorpsbewoners staat ons al op te wachten. De hele stoet (die steeds maar blijft aanzwellen) volgt ons naar de waterpomp die in het dorp is geïnstalleerd om het water uit een naburige plas te zuiveren, zodat iedereen toegang heeft tot zuiver drinkwater. Eén van de adolescente meisjes legt uit hoe ze met de Youth Club de verantwoordelijkheid nemen om de pomp en het filtersysteem geregeld helemaal schoon te maken, zodat de pomp goed blijft werken. Overal zijn mensen en oogjes die ons aanstaren. Ook enkele vrouwen zijn hun huis uit gekomen, maar – zo vertelt Liesbeth me later, geïnformeerd door één van de nationale vrijwilligers – zij wenden hun blik af als we passeren: deze vrouwen schamen zich omdat wij van de andere kant van de wereld naar hun dorp zijn gekomen om te zien wat ze doen, terwijl zij amper hun huis uit (mogen) komen...
We krijgen nog een misti in het Youth Club lokaal, opnieuw omringd door binnenglurende mensen en veel lawaai, en ronden af met een bedanking in de “court yard” van het dorp.

Moe maar voldaan keren we terug naar de guesthouse voor ons avondmaal, enthousiast gebracht door de jonge uitbaters. Ze vormen samen trouwens een bijzonder grappig duo: met heel beperkt Engels blijven ze maar vragen of we tevreden zijn, en kunnen hun geluk niet op als we dat bevestigen. “Thank you, thank you”, blijven ze zeggen, en ’s avonds laat komen ze nog eens bij iedereen langs om op de kamer muggenspray te spuiten en vers water te brengen. Op dat moment liggen wij al in onze pijama (en naar Bengaalse normen dus quasi naakt), maar ze merken niets van onze gêne en vervullen vrolijk hun dagtaken.

De volgende dag kluistert een hartal ons aan de geusthouse. Geen sundarbans dus, en geen andere dorpjes meer om te bezoeken. Gelukkig klaart de dichte mist van ’s morgens gauw op en zien we eindelijk eens de nabije omgeving in volle glorie: knalgroene blinkende rijstvelden met hier en daar de felle kleurtjes van een sari, alles omzoomd met bananen- en palmbomen, de verse lucht zinderend van rust en stilte - ook iets wat we al lang hebben moeten missen. Je hoorde ons dus niet klagen: in het zonnetje op de bank naast de guesthouse, in die deugddoende omgeving...

Onze volgende dag bestaat opnieuw uit bus-zitten, 13 uren lang. De bus ziet er vanbuiten niet echt koosjer meer uit (barsten in de ramen, blutsen en builen overal), maar de binnenkant is lekker ruim (zelfs naar Europese normen en vanuit mijn lange-benen-perspectief) en comfortabel. Dat is ook wel fijn, gezien de staat van de wegen hier en de rijstijl van de chauffeurs (snel, bitsig en met heeeeeel veel snerpend getoeter). Zowel op de heen- als op de terugweg, rijdt onze chauffeur zijn zijspiegel eraf tijdens een fout ingeschat voorsteekmanoeuvre. Gelukkig heb ik mijn oordopjes bij: dat schermt mij toch een beetje af van het allesdoordringende geluid van de toeter, van het gekwekkel van een vreselijke Bengaalse serie op de tv, en van het braakgeluid van enkele vrouwen op de bus (lang leve reisziektepilletjes).
Als we terug in Dhaka aankomen, lijkt het alsof we veel langer dan 4 dagen zijn weggeweest. Het is echt weer wennen aan het lawaai en de vieze lucht.

Ik heb een gesprek met Rumana, mijn contactpersoon binnen VSO voor de projecten in het noorden. Zo kom ik iets meer te weten over wat mijn placement zal zijn. Ik ben blij te horen dat het echt wel de bedoeling is dat ik de Youth Clubs HR advies ga geven, en dus veel de dorpjes in moet. DCPUK (mijn lokale werkgever) werkt nu met 4 dorpen samen, waarvan er 3 een reeds actieve Youth Club hebben en 1 een slapende. In 1 van de 3 actieve zitten sinds 1 maand enkele Britse vrijwilligers (jongeren), dus die kunnen mij alvast wat op weg helpen. Daar zal ik moeten starten met uitvlooien wat er nodig is en wat we kunnen doen. Daarvoor krijg ik 2 maanden de tijd, en dan moet ik een actieplan klaarhebben met een paar concrete voorstellen. Klinkt boeiend!
De namiddag blijft verder boeien met een lezing over klimaatsveranderingen en de impact op het leven van de doorsnee-Bengaal – gebracht door een medewerker van Oxfam. De lezing grijpt me enorm aan en verbrijzelt elk spatje naïviteit dat ik nog had rond het thema. Het geeft mij veel goesting om hier iets mee te gaan doen. Hoog tijd om op z’n minst mijn eigen verantwoordelijkheid hierin op te nemen.

Op 21 februari is het rustig in Dhaka: Bangladesh viert Mother’s Language Day en herdenkt de studenten die in 1972 gestorven zijn in de strijd voor het behoud van hun eigen moedertaal. Het doet enorm denken aan de taalstrijd in België ooit...

De dagen nadien hebben we dagelijks Banglales ’s morgens vroeg, en de meeste middagen nog een training op VSO kantoor. Waar mogelijk probeer ik op een vrije middag naar de Bagha-club te gaan, de enige plek waar je in bikini het zwembad in kan duiken. Gezien het de komende maanden steeds warmer zal worden, en die mogelijkheid er niet meer zal zijn buiten Dhaka, neem ik me voor om er hier dus van te profiteren dat dat wel nog kan. (Ik ben na 2 keer dus al iets minder melkwit dan toen ik hier aankwam.)
De avonden zijn ook goed gevuld: bezoekjes van/bij andere vrijwilligers of samen iets gaan eten. Eén van die avonden wordt plots verstoord als 1 van onze medevrijwilligers wordt beroofd door mannen op een moto: ze gritsen zijn rugzak mee en sjezen ervandoor. Gedoe en heel frustrerend!

Waar het vorige week nog fris was in Sathkira (maar tegelijk blijkbaar ook hier in Dhaka), is de temperatuur nu wel duidelijk aan het stijgen. De dagtemperaturen liggen nu doorgaans toch al rond de 31-33 °C, en dat is wel voelbaar.
Ook de onrust in Dhaka neemt merkbaar toe. Er zijn steeds meer demonstraties en protesten, en er vallen steeds meer slachtoffers. De regio waarin de opstanden doorgaans plaatsvinden breidt ook uit van Oud Dhaka over de rest van de stad.
Ons groepje vrijwilligers daarentegen wordt stukje bij beetje kleiner: we namen de voorbije week afscheid van de vrijwilligers die hier voor een korte termijn placement zijn. Zij vertrokken alvast naar hun plekje.

En zo nadert ook mijn vertrek uit Dhaka. Liesbeth en ik vertrekken allebei zondag (3 maart) - in tegenovergestelde richting - naar onze definitieve plek. Dat geeft gemengde gevoelens: enerzijds ben ik nieuwsgierig, en kijk ik uit naar “mijn eigen plek” (want hij zijn we nog steeds te gast bij Sabine en CJ en Dhaka is een soort “tussenstation”), maar anderzijds betekent het ook afscheid nemen van de andere vrijwilligers voor een tijdje, meer alleen-zijn. We weten niet waar we ons mogen aan verwachten op onze placement, dus veel mysterie...
Spannend dus! De laatste dagen hier zullen voorbij vliegen.

Vandaag – donderdag – is er opnieuw de hele dag hartal, dus dat geeft tijd om alvast wat in te pakken en een paar boodschappen te doen (als de winkels open zullen zijn tenminste). En ook om gewoon eens wat langer te slapen en te rusten.
In vergelijking met thuis doe je hier veel minder in een dag, maar dat gaat ook niet anders: alles neemt zoveel meer tijd én energie (altijd maar dat onderhandelen, tsjolen, in de file staan op ieder mogelijk uur van de dag/nacht, moeilijke communicatie, ...). Dat moet ik wel nog een beetje leren te accepteren, want in mijn hoofd wil ik nog altijd heel veel in 1 dag rond krijgen...

De volgende keer kan ik jullie vertellen waar ik echt woon de komende 8 maanden. Ik ben zeker even benieuwd als jullie...
Tot dan!

Geplaatst door LienVerbeke 10:54 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (2)

Impressies van een doorsnee Dhaka-dag.

semi-overcast 26 °C

Vandaag ben ik precies 2 weken in Bangladesh.
Tijd voor wat impressies van een doorsnee dag in Dhaka!

Het is doorgaans vroeg opstaan, bij schemerlicht. De doorsnee Bengaal was al voor ons uit de veren, aan de bedrijvigheid op straat te horen. Het getoeter start van diep in de ochtend en gaat door tot laat ’s avonds. (Maar ook ’s nachts is het hier nooit stil – lang leve de oordopjes!) De straatventers allerhande zijn er als de kippen bij (en sommigen hébben ook hun kippen bij) om hun waren aan de man te brengen. Ze maken heel duidelijk wat die hun koopwaar is, zichzelf een bult brullend door de straten. Keuze zat in elk geval: er is de groentenboer, de eierboer, de mandarijnenventer, krantenman, bananenverkoper, patattenboer, een kippenboer. Die laatste zijn trouwens niet voor gevoelige kijkers: de (levende) kippen hangen in trossen of boeketjes met hun kopjes naar beneden, pootjes aan elkaar gebonden. Als de venter ergens stopt, dan legt hij zijn “boeketje kip” op de stoep. De beestjes kunnen geen kant op en blijven dan ook tam liggen. De gemiddelde kip is hier trouwens niet groter dan een groot kuiken (wanneer ze stilaan pluimen krijgen in plaats van dons). Er hangt vermoedelijk minder vlees aan 1 hele Bengaalse kip dan aan 1 belgische kippenbil: geen gezwans. Als iemand zo'n kipje koopt, dan wordt het ook ter plekke, op straat geslacht. Niet het leukste zicht 's morgens vroeg op weg naar kantoor....

Maar goed, terug naar de impressies... Er is dus de geluidencocktail, waarbij ik zeker het gerochel niet mag vergeten te herhalen. Het getoeter is ook een vreemd fenomeen: soms lijkt er een soort tijdelijke gewenning op te treden voor dat geluid, maar dan plots breekt het precies terug door in je bewustzijn. Als je hoofdpijn hebt, of gewoon moe bent, dan kan ik je verzekeren dat je er soms hoorn(;-))-dol van wordt... Het getoeter betekent ook niet per se echt gevaar: het is echt een soort richtingaanwijzer op straat - “pas op, ik kom de bocht in”, “pas op, ik kom rechts/links van je rijden”, “komaan, een beetje sneller aub”. Als het dan toch menens is (je staat bijvoorbeeld echt in de weg), dan kunnen ze dat ook wel duidelijk maken in hun (op dat moment zeer felle en aanhoudende) getoeter. Heel efficient is het hele toetersysteem echter niet, zo blijkt als je de stadsbussen en de doorsnee auto eens bekijkt. Onder de dikke pak verf waarmee de stadsbussen in felle kleurtjes zijn opgedirkt, zit nog weinig blik. Bijna elke bus rijdt met een gigantische ster(renstelsel) in z’n voorruit (Car Glas heeft er geen beginnen aan). De auto’s die je vindt zonder krassen of bulten zijn schaars.

Over het stof had ik al verteld. Als je je voet neerzet, vliegt er een stofwolkje omhoog. Alles ziet er grijs uit, en het ruikt vaak echt naar bouwwerf. Maar er is ook het smog. De warme walm van alle (slecht onderhouden) uitlaten samen, zeker in de ochtend-/avond-/of zomaar door de dag-spits maakt je soms echt een beetje misselijk. Veel mensen lopen hier met een ‘echt’ of provisoir stofmasker rond, en de meisjes gebruiken hun sjaal vaak om hun mond en neus wat af te schermen van die lucht. Door al dat smog ziet de lucht in Dhaka er ook nooit echt blauw uit. Hoewel de zon wel schijnt en door het smogdeken priemt, ziet de hemel er geelwit uit, met soms een grijsblauwe tint. We hebben nog maar 1 keer echt het idee gehad dat de lucht hemelsblauw was, en dat terwijl het hier nog niet bewolkt is geweest...

Intussen heb ik al heel wat Banglales gekregen en kan ik me toch al wat uit de slag trekken in het dagelijkse leven. Het is een absolute ijsbreker als je wat stuntelig Bangla praat met de CNG-driver of de verkoper – en de perfecte oefening voor ons!
De manier van lesgeven hier is wel bijzonder. Klassikaal rijen woordjes opzeggen of dialogen nazeggen in koor zijn we hier niet (meer) gewoon, en van het nut ervan moeten ze mij nog overtuigen... Maar goed, we mogen wel zelf ook een stukje aangeven wat we willen weten, en dat is fijn... De eerste dag op eigen houtje in het Language Center geraken bijvoorbeeld, was geen lachertje. Voor dag en dauw opstaan, om vervolgens drie kwartier te wachten voor een CNG je heel dat eind door de ochtendspits wil loodsen (en dat dan nog alleen maar dankzij een behulpzame man die hem wist te overtuigen), is al een beetje zonde van de slaap. Tijdens het wachten een man naast je zijn neus “coureursgewijs” zien snuiten in de goot (die bovendien verstopt zit en dus ruikt naar een mengeling van rioolwater en rottend afval - de goot wel te verstaan, niet de neus van die man) is ook niet apetijtelijk... Dan verdwalen in de wirwar van identiek lijkende straatjes in de omgeving van de school, en vervolgens extra moeten betalen aan de gretige chauffeur: niet bevorderlijk voor het ochtendhumeur. Eerste les die dag? De weg uitleggen in het Bangla, en herkenningspunten kunnen noemen. (Sindsdien ging het beter met het ochtendhumeur  )
Trouwens: onderweg zie je hier vanalles: een venter met “balonnetjes” met suikerspin in, een riksjafiets met een heel gezin achterop, fietskarren torenhoog beladen met alles wat je je maar kunt inbeelden, mensen (met de vreemdste bagages) bovenop de bus, heel veel bedelaars (moeders met baby’s, mensen met een handicap) die op je raam komen tikken of mensen die vanalles en nog wat proberen te verkopen (popcorn, versneden fruit, kranten, boeken, handdoeken, ...). Het is altijd stil in de CNG. Niet alleen omdat je elkaar amper verstaat met al dat lawaai op straat, maar ook omdat je je ogen de kost kunt geven met alles wat er passeert.

Na de les terug naar Lalmatia (de wijk waar ik verblijf en waar VSO gevestigd is). De rijst en dal (linzencurry) wekken nu al niet meer zo sterk mijn hongergevoel op, dus kozen we deze week geregeld voor een alternatief (toast met gebakken ei met tomaat bvb). En dan terug een trainingssessie. De 3 briesende airco’s in het lokaal zijn nu nog niet echt hoognodig, maar worden toch steeds lustig benut: ik krijg het er zelfs koud van! Maar ondanks de frisse lucht, komt de middagdip me ongenadig hard overvallen. De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik al een paar keer een stukje heb gemist, dromend dat ik wakker de training zat te volgen, maar toen ik mijn ogen open deed, stond er toch iets anders op het bord dan waar ik aan zat te “denken”... Als het hier (bijna) donker is, tegen 17-18u, zit de training erop. Dan is het koken/eten kopen/iets gaan eten geblazen.

De avond vliegt hier telkens ontzettend snel voorbij. Een wasje doen duurt toch wat langer bijvoorbeeld, als je zelf de wasmachine bent. Even op het internet is ook een werk van lange adem, gezien de trage verbinding. Mailverkeer bijhouden is geen evidentie, dus alleszins mijn excuses voor wie een tijdje moet wachten op antwoord – ik heb me voorgenomen om mijn mails vanaf nu offline te typen, zodat ik minder tijd verlies met internetmiserie...
Sinds deze week doen Liesbeth en ik voor het slapen gaan een “Liensbeth’s private gym class” op onze plank (= bed): wat oefeningen om onze lijfjes een beetje in vorm te houden/krijgen. Dat doet wel deugd eigenlijk!

Ik heb al jullie leuke afscheidsgadgets rond mij gelegd in mijn bed: zo ben ik warm omringd (en ligt alles ook op een veilige plek). En met het getoeter en geroep op de achtergrond – en de oordopjes stevig in mijn oren – zweef ik meestal heel snel naar dromenland...

---

Morgen is het hier weekenddag: dan ga ik eens een kijkje nemen bij het zwembad van de expatclub in Dhaka (misschien vind ik daar een beetje vakantiegevoel?).
En zaterdag vertrekken we op fieldtrip naar Shatkira (niet Shakira ) voor 4 dagen (2 dagen rijden, 2 dagen daar verblijven) met als ontspanning: een boattrip in de Sundarbans!! Duimen dus dat ik een Bengaals tijgertje zie!! (vanop veilige afstand liefst...)
Ik kijk er in elk geval heel erg naar uit om Bangladesh-buiten-Dhaka te zien...
Hopelijk levert dat ook enkele leuke beelden op om met jullie te delen!

Tot dan!

Geplaatst door LienVerbeke 5:54 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (1)

Hartals en ander opwaaiend stof in Dhaka

sunny 25 °C
Bekijk Met VSO naar Bangladesh op LienVerbeke's reiskaart.

Het is alweer woensdag. Morgen ben ik hier 1 week. De tijd is voorbij gevlogen en het lijkt al een eeuwigheid geleden dat ik thuis vertrok. Dit is ook zo’n andere wereld en de dagen zijn zo goed gevuld...

Op zondag startte onze inductie-training. We worden heel warm welkom geheten door de hele VSO staff, en ook de vrijwilligers die hier al een tijd of tijdje zijn, ontvangen ons met open armen. Het is een heel gezellige boel. Chantal (ons 3de lid van de Bang-gang, naast Liesbeth en ik) is intussen ook aangekomen en vervolledigt ons HR-advisors team.
’s Middags wordt er met z’n allen samen geluncht op kantoor: een warme maaltijd, bereid door de fel gewaardeerde Alta die steeds een lekker assortiment Bengaals eten op tafel weet te toveren. Vaste waarden zijn: rijst, dahl (linzencurry), een 2-tal groentencurries en rauwe komkommer, wortel en tomaat (veilig en heel jummie in dit warme weer). Er is ook altijd een stukje fruit als dessert. De meesten eten met z’n handen, dus we oefenen dankbaar mee.
De trainingsdagen zijn heel goed gevuld. Doorgaans worden we om 8u-8u30 op kantoor verwacht, en zit de training er pas op tegen 17u. Maar ook ’s avonds is er verstrooiing voorzien, vooral door de collega vrijwilligers die hier al eerder waren.
Op zondag maakten we kennis met hen tijdens het welkomstfeest dat ze samen met de VSO staff voor ons hadden voorzien: met hapjes, (alcoholvrije) drankjes en kennismakingsspelletjes. Heel fijn om iedereen eens samen te zien en een heel warme sfeer.
Maar ook op andere dagen worden we meegenomen her en der voor een hapje of een (alcoholvrij) drankje, of komen de andere vrijwilligers bij ons op het appartement.

Op maandag werden we verwacht bij een Britse arts in een privéziekenhuis hier in Dhaka. Zij briefte ons rond veiligheid en hygiëne hier, en checkte ook nog even onze inentingen. Mijn eerste rabies-prik is dan ook meteen gezet. (Nog 2 te gaan.) Onderweg passeerden we een spoorwegovergang, met links en rechts piepkleine winkeltjes tegen de spoorlijn geperst. Zelfs de ruimte tussen de 2 spoorlijnen werd benut, door een fruitverkoper die er zijn goederen netjes had uitgestald...
In de namiddag was er een heuse meeting met de British High Commissioner en met de organisatie DFID, die heel belangrijk is voor VSO voor wat betreft subsidiëring. De VSO staff was heel zenuwachtig over het bezoek. Alle vrijwilligers die op vandaag in Bangladesh zaten, zijn speciaal voor deze meeting naar Dhaka afgezakt, en allemaal samen werden we in minibusjes naar de British Council gebracht (waar we nog 45 min. buiten moesten wachten, wegens veel te vroeg – niet echt typisch Bengaals, naar verluidt).
Eens binnen was er een plechtige verwelkoming, enkele speeches en dan 2 getuigenissen van vrijwilligers (en een filmpje). Het geheel werd afgerond met hapjes en drankjes en wat netwerking. Deze keer waren er wel alcoholische drankjes bij, en dat pintje kon ik toch niet aan mijn neus voorbij laten gaan. En het heeft gesmaakt!
’s Avonds gaan we nog met de hele groep vrijwilligers eten, en daarna komt iedereen nog mee naar het appartement voor een drankje. Met dank aan Liesbeth voor de muzikale noot.

Gisteren (dinsdag) en vandaag waren er stakingen over het hele land. Op die dagen blijft iedereen (zoveel mogelijk) thuis en krijgen wij verbod van VSO om te reizen (= verder dan een blokje rond te gaan). Het is dan ook opvallend stil op straat overdag.
Normaal hadden we dinsdag onze eerste Bangla-les, maar dat viel dus in het water aangezien de taalles in een andere wijk doorgaat. Lang uitslapen was er echter niet bij, want in de plaats van Bangla, kregen we een andere training. Na 18u is het weer veilig op straat en mogen we ons weer vrijer bewegen, maar aangezien het dan ook al donker is, is dat ook weer niet zo raadzaam...
Vandaag was er opnieuw een “hartal” (= staking) en dus weer geen Bangla-les, maar omdat we daar allemaal wel wat op zitten te wachten, leerde één van de vrijwilligers die hier al langer is ons wat basics. Heel fijn, niet alleen voor ons, maar ook voor de Bengalen die graag een praatje maken en heel tevreden zijn als ze merken dat je een beetje Bangla spreekt (of toch probeert).

Van de hartals merken we verder weinig. Die gebeuren doorgaans in Old Dhaka, en dat is hier toch een eindje vandaan. We merken vooral meer stilte op straat, en meer bewakers voor de appartementsgebouwen. Nadien lezen we wel in de krant dat er mensen gestorven zijn tijdens de hartal, bussen in brand gestoken, dus onschuldig is het zeker niet.
Aangezien het kantoor hier net om de hoek is, is het wel echt veilig om tot daar te gaan. Dus jullie hoeven niet ongerust te zijn...

Hoewel ik nog maar 1 week in het land ben, voel ik me hier echt al thuis. Het enige waar ik nog wat aan moet wennen is het uursverschil, of is het toch het klimaat? Hoewel ik het juiste dag-nacht ritme lijk te hebben, heb ik na de middag toch steeds enorm veel moeite om wakker te blijven. ’s Nachts slaap ik hier echt als een roosje, al lig ik op een plank.
De “bucket-shower” ’s morgens deert me ook niet: daar had ik in India al kennis mee kunnen maken, en het doet gewoon echt deugd om ’s morgens water over je te kunnen gieten – of het nu uit een douchekop of uit een emmer komt.
Nu is het hier het droge seizoen: alles ligt ook letterlijk onder het stof, zelfs de bladeren van de bomen zien er grijs uit omdat er zoveel stof op ligt. Ook al poets ik mijn tandjes ’s morgens grondig: als ik de straat op ga om naar het kantoor te gaan, knarsen mijn tanden van het stof dat ertussen kruipt. Het lijkt elke dag iets warmer te worden. Helaas zitten we de hele dag binnen voor training en is het nadien al donker, dus een kleurtje zal ik hier niet gauw krijgen...

Morgen nog een dag training (er is geen hartal aangekondigd) en dan is het hier weekend: vrij op vrijdag, en op zaterdag een historische tour door Dhaka. Al kwamen ze zonet even vriendelijk checken of we op vrijdag onze gemiste Banglalessen misschien niet liever willen inhalen... :)

Aber dheka hobe!
(Tot de volgende keer!)

Geplaatst door LienVerbeke 7:41 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (3)

(Berichten 11 - 15 uit 17) « Pagina 1 2 [3] 4 »