Een Travellerspoint blog

Op en neer.

Het leven in Bangladesh gaat verder, sputterend doorheen de ups en downs.

overcast 28 °C

De voorbije weken waren behoorlijk rustig qua hartals. Slechts 6 sinds de vorige blog. Dat is een plus.
De min is dat de voornaamste reden daarvoor de ramp in Savar (Dhaka) was, waar op 24 april een kledijfabriek van 9 verdiepingen is ingestort en bijna 700 mensen het leven heeft gekost. Om de reddingswerken zo weinig mogelijk te hinderen, was iedereen het voor één keer met elkaar eens: voor hartals was het nu écht niet het goeie moment.
Jullie hebben ongetwijfeld in het nieuws zelf de verhalen en de beelden zien passeren. Een verhaal dat niet helemaal los staat van het westen, gezien de slachtoffers van de ramp onze Westerse kleren aan het maken waren. Zij hebben die dag hun leven geriskeerd - of gelaten - om hun job met een mager loontje van een luttele euro per dag niet te verliezen. Ze werden onder druk gezet om aan het werk te gaan, ook al was het gebouw daags voordien al serieus beginnen barsten...
Een plusje van deze ramp is dan weer dat er misschien eindelijk eens iets zal veranderen. Bangladesh wordt momenteel onder druk gezet om het werkwelzijn van de duizenden arbeiders in textielfabrieken te verbeteren. De grote aankopers van die kledij (Mango, H&M, ...) worden onder druk gezet om een overeenkomst te tekenen om enkel nog zaken van Bengaalse textielfabrieken aan te kopen als er betere arbeidsomstandigheden komen.
Zouden wij, de consument, het nu zo erg vinden om 1 of 2 euro meer te betalen voor een t-shirt of een rokje, als dat een wereld van verschil kan betekenen voor de mensen hier? Een beter loon, een brand- en instortveilige omgeving, een contract, ... Ik denk het niet.

In de hartalluwe weken kon mijn werk een klein beetje vooruit gaan. Mijn actieplan is nu concreet en dat geeft perspectief. Ik kon naar de dorpjes gaan en met de jeugd samenzitten om samen een aantal to do’s te bespreken. De jongeren werken echt goed mee. Ik probeer hen zoveel mogelijk input te geven tijdens onze meetings zodat ze de to do’s zelfstandig kunnen uitvoeren. Daarmee hoop ik de hartalmiserie toch wat te omzeilen.
Ik wil de jongeren laten ervaren en beseffen dat ze zelf alle kwaliteiten en vaardigheden hebben om hun doelen te bereiken, en probeer dus zo weinig mogelijk de touwtjes in handen te nemen. Zo hoop ik mijn steentje bij te dragen aan empowerment en duurzaamheid, centraal in het VSO denkkader.
Ik was dan ook ontzettend fier op de jongeren van Mominpur toen ze zelf de herverkiezingen van hun Youth Club board georganiseerd hadden, en – wat mij het allermeest verheugt – dat de meest betrokken meisjes uit het dorp unaniem verkozen zijn tot nieuwe bestuursleden. Te weten dat beide jongedames nog geen lid waren van de club, omdat ze de aanpak te chaotisch vinden... Nu staan ze mee aan het roer, gesteund door de gemeenschap, en hebben ze de mogelijkheid om de veranderingen aan te brengen die zij willen zien. Bovendien is het hier niet zo evident dat meisjes een bestuursrol krijgen. Het feit dat iedereen achter hen staat, is dan ook echt een overwinning. Girl power!

Mijn baas nam mij twee weken geleden mee naar het Char Livelihoods Project van DCPUK.
Een collega van het project nam mij mee, achter op de moto (heerlijk!), om een kijkje te gaan nemen in enkele dorpen waar DCPUK ondersteuning biedt.
Chars zijn dorpjes in overstromingsgebied, extreem afgelegen. Smalle aarden strookjes tussen de velden zijn het enige wat de dorpjes met de buitenwereld verbindt, en dat enkel tijdens het droge seizoen. Het enige hulpmiddel voor transport zijn (miniformaat) paarden, de eerste die ik trouwens in Bangladesh heb gezien.
Tijdens het droge seizoen wordt de grond rond de dorpen bewerkt met gewassen met een hoge opbrengst. Dat is ook nodig, aangezien er slechts enkele maanden per jaar geteeld kan worden. Tijdens het regenseizoen geraken de dorpjes afgesneden van de buitenwereld en overstomen de “akkers” volledig.
Het is er ontzettend stil en rustig. Een heel andere wereld. Een heel vreemde wereld. Het kleine dorp als centrum van hun bestaan, met hun familie, koeien, geitjes en kippen, en verder niets. En zoveel uitdagingen: geld in het laatje brengen, toegang tot gezondheidszorg, toegang tot (hoger) onderwijs, toegang tot “de buitenwereld”... Bizar! Maar heel boeiend om te zien...
In het regenseizoen mag ik nog eens mee, om het verschil te zien met nu. Jippie!

Ook het weer schommelt sterk... Twee weken geleden was het hier tegen de 40 graden. Ook ’s nachts bleef het erg warm. Echt lastig weer, puffen geblazen, en ik kan je garanderen: in dergelijke temperaturen werkt je brein niet meer naar behoren.
Plots, 5 dagen geleden, sloeg het weer volledig om. Een heel pak koeler, grijze lucht, frisse bries. Een verademing na de beklemmende warmte van voordien. Maar ’s nachts wel echt koud, naar mijn gevoel. (Mogelijks wel nog steeds 25 graden, maar een temperatuurduik van 15 graden voelt toch koud.) Ach, ik probeer ervan te genieten. Want als ik de Bengalen mag geloven, wordt het de komende 4 maanden vooral heel veel zweten, puffen en afzien...

Niet alleen buitenaf, maar ook in mijn eigen koppie is het soms een roetsjbaan.
Bangladesh is geen ‘gemakkelijk’ land om te wonen en werken. Dat maakt me soms opstandig, maar tegelijk besef ik dat ik het land niet ga veranderen. Het enige wat ik kan doen, is mijn eigen houding ertegenover, of mijn reactie erop, proberen bij te sturen waar/wanneer nodig.
Dat is zoeken in jezelf, en daarmee wordt meteen het grootste cliché bewaarheid: tijdens ‘vreemde avonturen’ kom je jezelf tegen, en leer je bij over jezelf. De ene dag loop je over van frustratie en irritatie (en werk je vooral jezelf daarmee heel hard op de zenuwen ;-) ), kan je maar beter binnen de 4 muren van je kamertje blijven. De andere dag is de rust terug neergedaald en kan je weer normaal doen.
Het is proberen je schipje te laten meedobberen op de golven, de ene keer wilde baren, de andere keer een kabbelend beekje. Maar ik weet dat ik niet kopje onder zal gaan. En af en toe een SOS, een boodschap in een fles, doet wonderen... Met dank aan de vuurtorens daarginds aan wal :-) En met dank aan mijn superlieve buren hier, die mij nog steeds verwennen voor duust.

Op 5 mei was het weer miserie in Dhaka. De extremistische moslimpartij Hefajat-Al-Islami sneed Dhaka die dag af van de buitenwereld, met hier en daar hevig geweld. De politie kreeg de opstand pas de volgende voormiddag weer onder controle. Naar verluidt haalde Bangladesh hiermee opnieuw de wereldpers...
Die dag lijkt het startschot te zijn geweest om weer ‘van hartal te doen’, want gisteren en vandaag is het weer zo ver, en ook komende zondag.

Volgende week heb ik terug een HR meeting in Dhaka. Om hartal-gehinder te voorkomen, moet ik morgen (vrijdag) al door. Dat wordt dus een lang intermezzo in de hoofdstad.
Maar deze keer kijk ik er wel erg naar uit: er eventjes ‘uit’ zijn, Liesbeth, Iulia en Chantal terugzien, afspreken met andere vrijwilligers, genieten van een klein beetje Westers-achtige verwennerijen, en als afsluiter: het verwelkomen van mijn eerste bezoek in Bangladesh...

Geplaatst door LienVerbeke 11:50 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (2)

Licht aan de horizon...

overcast 31 °C

Subo Novo Borsho!
Oftewel: gelukkig (Bengaals) nieuwjaar!
Op 14 april zijn we hier het jaar 1420 ingegaan. En daarmee ook een nieuw seizoen: Bojshak.

Voor ons helaas geen culturele events - om veiligheidsredenen - wel weer de eer om bij twee families op diner te gaan. De eerste om 17u, de tweede om 21u. Opnieuw een stevige stretchoefening voor de maag, want Bengalen sparen koste noch moeite om je zonder honger naar huis te sturen.
Mijn laatste diner was bij mijn buren (en tevens huiseigenaars). Die hadden maar liefst 10 (!!) verschillende schotels voor mij bereid. Heel bizarre avond trouwens, want als gast eet je hier alleen, terwijl de gastheer en –vrouw elk hapje en knabbeltje met argusogen volgen. Bovendien stond er de hele tijd een meisje met een waaier achter mij te wapperen. Er was geen ‘fan’ in de eetruimte en ondanks mijn pogingen om hen duidelijk te maken dat ik het graag warm heb, bleef het meisje maar flapperen en wapperen... Heel heel gek, ik kan het je verzekeren! :-)

De nacht na nieuwjaar vertrok ik – samen met de Roemeense Iulia - voor 3 dagen naar Dhaka. Daar hadden we donderdag een meeting met alle HR vrijwilligers. We hadden allemaal onze bekommernissen over de huidige situatie in Bangladesh en de moeilijkheden om zo onze taken te vervullen. Daarom wilden we eens samenzitten met elkaar en met het hoofd van VSO hier. Omdat er hartals aangekondigd waren, vertrokken we enkele dagen voordien al naar Dhaka. Grote verrassing eens we daar waren, want de hartals werden afgelast! Een absolute primeur!
Het was heel fijn om Liesbeth terug te zien, wiens parcours van VSO assessment tot Bangladesh helemaal gelijk liep met het mijne, en de andere vrijwilligers die naar Dhaka waren afgezakt voor het afscheidsfeestje van Sabine en CJ (bij wie we de eerste maand inwoonden).
Ik was verrast dat ik nu wel van Dhaka kon genieten – misschien omdat het deze keer beperkt in tijd was, in tegenstelling tot de lange inductiefase toen we allemaal zaten te popelen om onze echte placement te zien.
In elk geval: het was leuk! Niet alleen het weerzien trouwens, want er was ook plezant nieuws: Iulia en Diana, die nu in een dorp 1 uur van mij vandaan wonen, worden nagenoeg mijn buren. Het vooruitzicht van meer sociaal contact en meer mogelijkheden om hartaldagen in te vullen, maakt mij alleszins heel blij.
En dan was er de meeting, die ons allemaal een grote boost gaf. VSO begrijpt echt wel hoe de huidige situatie ons beperkt (en hoe frustrerend dat voor ons kan zijn), maar kon ook zinvol advies geven over hoe we toch kunnen proberen enkele obstakels te omzeilen. Het samenzitten op zich prikkelde ook mijn creatieve brein, dat eerder hersendood lijkt als ik moederziel alleen voor de pc zit.
Vol nieuwe energie, goesting en ideeën, sloten we onze driedaagse af met de 'goodbye party', een dansje en (Hollands) bier.

Vrijdag was busdag: slapen, slapen en nog eens slapen dus (om toch nog moe thuis te komen).
Dat thuiskomen had wel een verrassing in petto: mijn huisje droeg de sporen van een mini-“overstroming”... O-oh... :-/
Bojshak, het nieuwe seizoen bij het begin van een Bengaals nieuw-jaar, is ‘the stormy season’. Sinds nieuwjaar was er bijna elke avond een onweer, overdag is het vaker bewolkt, en er waait wat meer (frisse) wind. Maar blijkbaar is mijn huis daar niet helemaal klaar voor.
Diezelfde nacht passeerde er een heel fel onweer over Rangpur: met felle wind, hevige bliksem, daverende donderslagen en heel veel regen.
Toen ik ’s morgens uit bed wou stappen, voelde ik nattigheid. Letterlijk. Het was splets-splets-splets, door het hele huis. Eén grote plas.
De buren kwamen meteen helpen en zorgden ook direct voor een oplossing: ze bouwden een soort drempeltje voor beide buitendeuren, zodat het water er niet meer onderdoor naar binnen kan. Toch voelden ze zich heel schuldig en kwamen meteen weer koekjes en thee brengen. Ook ’s avonds bij thuiskomst van een bezoek aan Kuribisa (waar ik werd gevoederd door één van de dorpelingen 's middags) werd ik meteen opnieuw naar binnen geroepen voor thee en lekkers.

Ik ben met mijn gat in de boter gevallen...

Geplaatst door LienVerbeke 11:07 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (1)

Tegenstrijdige belangen...

sunny 35 °C

De voorbije week werd gekenmerkt door hartal, hartal, hartal, en nog eens hartal.
Oh en vertelde ik al over de hartal?

Het wordt stilaan een beetje al te gek. Steeds meer mensen van diverse groeperingen komen de straat op om hun mening, verwachtingen of in sommige gevallen ronduit eisen duidelijk te maken aan de huidige regering en/of aan elkaar. De ene hartal is nog niet voorbij, of de volgende wordt al aangekondigd: hartals om de regering pootje lap te leggen, hartals om andere organisaties te dwarsbomen, en ga zo maar door.
De regering van hun kant blijft evenwel ontkennen dat er iets niet pluis is. Ik verwijs de lezer met stalen zenuwen graag door naar het BBC interview met eerste minister Sheikh Hasina. (De link: http://www.thedailystar.net/beta2/news/if-they-dont-participate-in-the-election-they-will-lose/.) Houd uw stressbal evenwel toch bij de hand indien je voordien werd ingelicht over de échte realiteit hier.

Intussen bereikt het nieuws over de situatie schoorvoetend de dorpel van de internationale pers. Het heeft nog lang geduurd, vind ik.
Vooral het feit dat een blogger gearresteerd werd hier, omdat hij gods(of-toch-zeker- Allah)lasterende praat publiceerde op het wereldwijde web, is blijkbaar niet in dovemansoren gevallen.
De extremistische moslimgroeperingen reageerden hier nog feller op dan het gerecht: zij eisen de doodstraf voor deze blasfemie. Daarvoor zetten ze de regering onder druk een eed van trouw aan Allah en de profeet Mohammed op te nemen in de grondwet, zodat de doodstraf voor godslasteraars in de toekomst is verzekerd. Hun 12 overige eisen tonen allemaal hun verlangen naar een religieuze politiek, met Allah on top, en hun versie van de Islam...
Hoewel ze een minderheidsgroep vormen, zijn de extremisten invloedrijk vanwege de terreur die ze zaaien in naam van hun geloof.

Voor mij en mijn collega vrijwilligers betekent dit dat de voorbije week zeer vruchteloos was. De feiten op een rijtje – zeer verhelderend:
1 april – normaal (geen grap)
2 april – hartal
3 april – hartal
4 april – normaal
5 april – vrijdag, hier de heilige dag van de week: er wordt niet gewerkt - start hartal 6 p.m.
6 april – hartal
7 april – normaal
8 april – hartal
9 april – hartal
10 april – hartal
11 april – hartal
12 april – vrijdag, dus wordt er niet gewerkt
13 april - ?
14 april – Bengali New Year: feestdag, dus er wordt niet gewerkt
Voor wie niet goed kan tellen: van alle dagen in april tot en met vrijdag 12 april zijn er nog maar 3 werkbaar geweest. 3 van de 12, of 3/4de verspilde dagen.
Dat geeft geen goed gevoel. Deels omdat de verveling echt wel de kop begint op te steken, maar nog veel fundamenteler omdat het weinig hoopgevend is. Hoe dichter de verkiezingen (voorzien in november) komen, hoe meer mensen hun visie willen delen door openlijk de regering aan te spreken via hartals: hetzij om iets te vragen, hetzij om de regering onderuit te proberen halen, en hoe meer wrijving er tussen die uiteenlopende belanghebbenden kan ontstaan.
Het begint te knagen... Gewetenswroeging: ik kan hier niet doen waarvoor ik hier ben gekomen. Het is niet mijn schuld, en ik kan er niets aan wijzigen, maar het is ook niet correct. Er worden subsidies besteed aan mijn placement, en die gaan momenteel puur naar het onderhouden van mijn bestaan hier. De tegenprestatie leveren die van mij wordt verwacht is binnen de huidige omstandigheden niet mogelijk. Dat kan niet de bedoeling zijn, toch?
Kleine zijprobleempjes (voor mij als persoontje dan) duiken ook op: als er steeds maar nieuwe hartals worden uitgeroepen waardoor er een hele resem opeenvolgende ontstaat, is er ook geen mogelijkheid om inkopen te doen. Moet ik vanaf nu beginnen hamsteren?

Wat ik wel heb kunnen doen op de drie normale dagen:
Ik ben naar de Community Health Camp geweest in Mominpur, met de steun van de 3 britse ICS-volunteers op poten gezet, in samenwerking met DCPUK (mijn werkgever). Die dag kunnen dorpelingen op medisch onderzoek bij de dokter of gynaecoloog, en kunnen ze hun bloedgroep laten testen. Gezien de gebrekkige toegang tot gezondheidszorg, is dat voor de dorpelingen een heel belangrijke dag. De Youth Club had het “plein” heel mooi opgebouwd met doeken en stoelen en compartimentjes afgescheiden door bamboestokken omspannen met doeken. Complimenten!
Helaas ook minder vrolijk nieuws: de ICS volunteers kregen die ochtend te horen dat ze ’s middags al zouden worden opgepikt om naar Dhaka af te reizen, in plaats van 3 dagen later, gezien de aankomende hartals de dagen nadien. Zij keren over enkele dagen terug naar de UK. Geen degelijk afscheid dus voor hen van hun host families in het dorp, na 3 maanden deel te hebben uitgemaakt van het gezin. Leuk is anders...

Zondag ben ik teruggekeerd naar Mominpur, omdat één van de Youth Club leden een job heeft gevonden als trainer ‘tailoring’ bij een NGO vlakbij het dorp. Zij is erin geslaagd een groep vrouwen bijeen te krijgen die zij haar vaardigheden kan aanleren, zodat al die vrouwen een alternatieve bron van inkomsten kunnen genereren voor hun gezin en daardoor ook stijgen in aanzien. Zondag kwam iemand van de NGO naar het dorp om met hen een constitutie op te maken en de functies van het ‘management’ van de vrouwengroep in te vullen door te stemmen, waardoor ik wat inspiratie kon opdoen voor mijn eigen to do’s met de Youth Club.
Heel leuk trouwens om Siren (het meisje in kwestie) de basic naaimachine te zien hanteren waarmee ze het hier waar moet maken. Het ziet er allemaal zo simpel uit, zoals zij dat doet! (Jaloers...)

Vrijdag, voor de start van de hartal tenslotte, ben ik toerist in eigen ‘stad’ gaan spelen. Dat was een frustrerende bezigheid, want ik was de hele dag het circusaapje van dienst en telkens als ik mijn taka moest bovenhalen, sloegen ze er niet naast en vroegen schaamteloos het tienvoud van de ‘normale’ prijs. Heel vermoeiend soms. Het toppunt was toch wel de groep van minstens 40 Bengaaltjes die rond mij stond, precies zoals je ziet gebeuren tijdens de Gentse Feesten. Maar dan is dat toch altijd rond een straatartiest - nu was het gewoon rond mij, staand, niets doend... En maar foto’s nemen! Ik moest de opwelling stevig bedwingen om een gek dansje te beginnen doen en een hoedje voor mij neer te leggen...
Maar goed: ik heb een oud gerechtsgebouw gezien uit het Raj-tijdperk, met daarrond een groot park. En een kleine, niet bijzonder aantrekkelijke, hindutempel iets verderop. En verder vooral veel gestaar... Zoals de man die 2 meter van mij kwam staan: starend... Om er zich vervolgens een half uur (!) later bij te gaan zetten, toch wat comfortabeler, starend... Naar mij, zittend op een bankje, doing nothing. Dan ga ik maar ergens anders zitten, dacht ik, want na een half uur vond ik het wel welletjes. Maar hij volgde mij gedwee, als een kuiken achter moeder Eend. “Jamaar, zo niet hé, vriend”: terug naar het eerste bankje – dat leek mij wel klare (nonverbale) taal – en zo is de boodschap uiteindelijk overgekomen.

Zo zie je maar: uiteindelijk komt het allemaal wel goed...

Toch?

Geplaatst door LienVerbeke 13:11 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (0)

Open the window please...

sunny 33 °C

Ik wil jullie graag nog eens meenemen door mijn leven van alledag hier. Wandel gerust even mee door mijn voorbije week...

Zaterdag (22 maart) mocht ik een napier grass workshop met demonstratie bijwonen in Mominpur. Een gezellige dag in het dorp dus, zo werken tussen hooimijt, kalfjes en geitjes in. Voor een niet-binnenzitter als ik, is dit de perfecte vergaderzaal :-)
Na de middag werden we opgepikt door de VSO-van om naar Parbatipur af te zakken – u wel bekend als mijn zogenaamde bestemming, toen VSO Bangladesh mij per abuis de verkeerde placement informatie had doorgegeven ;-)

Zondag en maandag verbleven we in de guesthouse van het trainingscenter, samen met nationale vrijwilligers en vertegenwoordigers van de partnerorganisaties, voor een tweedaagse workshop met terugblik op het werkjaar 2012-2013 en een vooruitblik op het volgende. Boeiende discussies, onder meer over de challenges waar we hier in ons werk mee worstelen. Fijn om te weten dat iedereen toch tegen dezelfde demonen strijdt, met als koploper: (gebrek aan) communicatie. Inspirerend en voer voor een workshop intern, mijn gedacht. Verder een gezellig samenzijn, daar in Parbatipur, met steeds een kleine avondwandeling, en ook heel lekker eten...

Dinsdag was het Independence Day voor Bangladesh, en eigenlijk ook een beetje voor mezelf. Want dinsdag mocht ik verhuizen naar mijn eigen plekje.
Communicatiegewijs had dat wel weer heel wat voeten in de aarde. Als ik om 11u, zoals afgesproken, op kantoor aankom, blijken ze druk bezig met een sollicitatiegesprek. Dat het nu niet paste, of ik om 15u eens terug wou komen. Zo geschiede. Dat ze nog steeds bezig waren met het(zelfde!) gesprek. Of ik nog een beetje wou wachten.
Om 16u kwam er dan eindelijk schot in de zaak. Eerst werd ik geholpen om mijn bagage te versassen. Vervolgens begon mijn ijverige helper het logeerbed uit Fyrn’s flat te demonteren. “Euh, dat was niet de bedoeling! Wacht eventjes, ik bel onze baas, want dat bed moet hier blijven.” Dat viel in dovenmansoren. Jij je zin, denk ik dan: haal dat zware houten bed maar uiteen, hijs het 3 verdiepingen naar beneden, om het dan straks toch weer helemaal terug naar boven te sleuren en in elkaar te steken. En ook hier: zo geschiede.
Vervolgens op naar het huis (aka het hol) dat ze mij eerst wilden geven. Het leek mij haast niet mogelijk, maar toch: het stonk er nog harder dan voordien. Enkel met een sjaal stevig tegen neus en mond gepropt, was het te doen. Mijn helpers begonnen ijverig te sleuren aan een kast uit de keuken. Schieten daar zeker 30 REUZE-exemplaren kakkerlakken van onder/tussen/achter, alle kanten op sjezend. Dankjewel, zet maar terug, deze donkere vriendjes nodig ik niet uit in mijn nieuwe stekje.
Het daglicht (want in ‘het hol’ is er geen licht) toonde ongenadig hoe vies alle meubeltjes waren. Eerst dus eventjes een sopje erover, voor dat door de voordeur ging. Voor de 4 meubeltjes heb ik 4 emmers gitzwart water moeten verversen. Om maar een idee te geven.
Maar geen 4 emmers sop konden de strijd winnen tegen de viezigheid op mijn fornuisje. Ik had het per ongeluk eventjes aangeraakt met mijn hand, die na 4 wasbeurten (met puur afwasmiddel) nog steeds zo kleverig was als secondelijm. Dan maar de zware middelen: met de steel van een lepel heb ik de halve centimeter dikke laag verouderd vet (en daarmee ook de verf) eraf geschraapt. Die schuurbeurt bleek het enige reddingsmiddel.

Mijn buren toonden zich intussen van hun beste kant. Tussen het schrobben door werd ik verwend met een lekker kopje thee, en gebakjes die ze speciaal voor mij waren gaan halen...
’s Avonds waren Fyrn en ik uitgenodigd voor een etentje bij onze baas. Lekker en gezellig, maar daarna was ik toch heel blij dat ik mijn bedje kon opzoeken. Dat mijn matras maar een halve centimeter dik is, kon mij niet meer schelen. En naderhand bleek ook dat ik al goed aan de beddenplank ben gewend, want ik sliep als een roosje.

De volgende dag was het weer zover: hartal. Ik besloot de dag te gebruiken om mijn gerief wat verder een plekje te geven en – jawel – nog een beetje verder te kuisen. Toen wist ik het zeker: ik heb de voorbije 2 dagen meer gepoetst dan het hele voorbije jaar...
Na de middag kwamen mijn buren opnieuw langs met thee en met verse groentjes uit de moestuin. In ruil toonde ik hen foto’s van familie en vrienden, wat hen heel blij maakte. Ze kijken nu al uit om de bezoekers in levenden lijve te ontmoeten!
Schattig detail: het dochtertje van 7 noemt mij “auntie”. Als ze voor de deur staat, roept ze: “Auntie! Auntie! Please open the window!” (met dat schattige Benglish) – priceless!

Ook donderdag was er hartal, en zat er dus niets anders op dan vanuit kantoor te werken. Evident is dat niet, gezien ik nu eigenlijk in de dorpjes moet zijn om nuttig werk te verrichten en niet aan mijn pc. Bovendien is het internet hier gesloten vanaf de middag (enfin, het bereikt mijn modem toch niet meer in het kantoor), waardoor je ook technisch werkloos bent als je wat opzoekingswerk wil doen. Met andere woorden: hartaldagen zijn echt saaie en nutteloze dagen.
Soit, na de hartal ben ik naar de markt geweest.
Leuke vaststelling trouwens daar: ik weet niet hoe het komt, maar na mijn moeilijkheden vorige week om om te gaan met het eeuwige gestaar, geroep en gedoe op de markt, kon ik deze keer echt genieten van het ‘shoppen’. De knop is blijkbaar omgedraaid, en dat voelt veel beter...

Vrijdag ben ik op visite geweest bij Iulia in Pairabond, het dorp waar 5 andere VSO vrijwilligers wonen. Ze had ‘frietjes’ gemaakt met een heerlijk knoflooksausje (versgemaakt – en dankzij de veel zachtere smaak van de look hier niet zo’n aanval op de smaakpapillen) en een klein beetje parmezaanse kaas eroverheen (die zij gekocht heeft in Dhaka). Heerlijk smullen dus op het dak van haar huis tussen de boomtoppen. Iulia en Collins vroegen mij ook mee naar hun Youth Club Meeting in het dorp ernaast: heerlijke wandeling tussen de velden en opnieuw heel inspirerend om een sterke (en stipte!) Youth Club bezig te zien.
Na de meeting nog wat genoten van het gezellige dorpsleven: het mooie zicht, de rust, een klein marktje, een kopje thee met hun baas... En als afsluiter een soezelig ritje terug naar Rangpur, bij ondergaande zon.

Zaterdag mocht ik met één van de helpers van kantoor mee om een kleerkast te kopen. Nu blinkt een bruine plastic ladenkast in mijn kamer. Tjah, over smaken valt niet te twisten... Terugkeren van de markt, met kast en andere aankoopsels voor in mijn huis op een fietsriksja was trouwens een kluchtige onderneming: de kast stond waar normaal je voeten staan, en ik zat op de rugleuning met mijn voeten op de zitting. Nu hadden die Bengaaltjes een echte reden om te staren, en konden ze me niet zien zitten achter die kast :-)

Paaszondag begon op kantoor, gevolgd door een bezoekje aan het postkantoor. Waauw, dat was bijzonder... De werkstijl van de postbeambten is het best te omschrijven als “tai chi @ work” – het benadert het niveau van kunst. Het rommeltje papieren, bundels, pakjes, stempels, geld dat overal rondslingert maakt het mysterie compleet van hoe hier ooit een brief de bestemming kan bereiken. Een brief versturen in Bangladesh is een stevige geduldstest. Anderhalf uur heeft het me gekost om 1 stuk verstuurd te krijgen. En ik moest niet eens wachten aan het loket, moet je weten, dus we spreken over anderhalf uur netto ‘bedieningstijd’. Je moest erbij geweest zijn om het te geloven... Wanneer ze uiteindelijk, na anderhalf uur, toen ik éindelijk mocht betalen en bijna kon wegwezen nog eens geen wisselgeld bleken te hebben (wat nog eens goed was voor 15 minuten dralen), kwam de stoom toch wel bijna uit mijn oren.
Na zoveel beproeving, kon ik het niet meer opbrengen om terug naar kantoor te gaan en daar opnieuw het geduld op te brengen om te wachten op het internet dat niet meer komt (want het was al na de middag). Daarom besloot ik Iulia – die naar Rangpur was afgezakt voor onze paaslunch die we om 15-16u hadden voorzien - al een uurtje eerder op te zoeken. Ze had zelfs een kadootje voor mij mee! Blijkbaar is dat in Roemenië de gewoonte op Pasen...
Op de terugweg naar huis, werd ik bijna aangevallen door moeder Gans die met manlief en de 7 donzige dwergjes op stap was. Ze was mij zodanig in de smiezen aan het houden dat ze pardoes in de vieze riool viel. Daarna was ze natuurlijk nog pissiger en kwam ze “wijdwings” en met lange nek op mij af gemarcheerd. Dat was het signaal om er toch wat sneller de pas in te zetten ;-)

Maandag, gisteren, was opnieuw een hele dag in de dorpjes: eerst Mominpur en dan – mijn eerste kennismaking met –Afzalpur.
Het blijft intens genieten van de mooie omgeving, de rust, en het eenvoudige leven in de dorpjes, dat alles tegen een achtergrondmuziekje van tsjirpende vogeltjes met bonte jasjes...

Vandaag en morgen verhinderen hartals weer de bewegingsvrijheid, en vallen de afspraken in de dorpjes terug in het water. Het is altijd rijkhalzend uitkijken naar het volgende dorpsbezoek.
Het pure eenvoudige leven daar doet iets met me...
De beelden op facebook spreken voor zich, denk ik, en je kan er ook een kijkje nemen bij de workshops en in mijn nieuwe huisje.

Geleidelijk aan lijkt het hier toch wel warmer te worden. Over de middag is de zon echt sterk, en verkoelende briesjes hebben plaatsgemaakt voor warme winden (mihihi). Dat schijnt zo verder te gaan tot de regen in juni zijn intrede zal doen. Een moment waar Bangladesh naar uitkijkt, temeer gezien de overgrote meerderheid van de mensen leeft van de landbouw (vooral rijst en dus natte weiden) en afhankelijk is van grondwater...
Ik geniet intussen toch maar verder van de zonnestraaltjes, al is het zeker niet in bikini, of zelfs met blote benen. Een teint zal ik er dus niet aan overhouden, maar 't is wel een gezellig kader, zo door het open raam...

Geplaatst door LienVerbeke 14:08 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (1)

Maten en Gewichten.

sunny 33 °C

Het is twee maanden geleden dat ik naar Bangladesh vertrok. Bijna toch. En twee weken sinds ik in Rangpur toekwam, ongeveer. In die tijd heb ik afgeleerd om heel precies te zijn, want alle meetbare begrippen blijken hier heel rekbaar te zijn.

Tabel met maten en gewichten (Bengaalse editie):

Tijd.
Visuele voorstelling: de smeltende klokken van Dali.
In het Bangla bestaat er geen woord voor “kwart na” of “kwart voor”. Dat is “bijna 9u” of “een beetje na 9u”. Afspraken gebeuren hier “op Bengali-tijd”, zo zeggen de Bengalen het zelf. Dat betekent: het uur van afspraak vermeerdert met één tot anderhalf uur. Wachten, intussen iets anders gaan doen en dan zelf ook weer “te laat” verschijnen, is de norm. Als dat op onze blanke zenuwen gaat werken, dan prikkelt dat niet de zenuwen, maar wel de lachspieren van de Bengalen.
Maar let op! Als je zelf ergens wordt verwacht, en er vanuit gaat dat je je best niet teveel haast om de frustratie van het wachten te vermijden, dan kan je voor een verrassing komen te staan. Ben je dàn 10 minuutjes te laat, dan word je wel op de vingers getikt.

Afstand/Reistijd.
Als je vraagt hoe lang het rijden is naar Bogra, dan antwoordt men: 2 uren. Vaststelling: zowel op de heen- als op de terugweg is het, zonder files of oponthoud: 4 uren. Zegt men 8u, dan blijkt het 14u te zijn.
Centimeter of inch? Het is mij nog steeds niet duidelijk wat ze hier gebruiken. In elk geval, ik zeg nu altijd 180 cm/6 inch – dat moet zo ongeveer kloppen, denk ik. En zo niet, dan geeft daar toch geen kat om...

Gewicht.
Verrassend is dat de wijzer van de weegschaal lijkt te stijgen, in plaats van te zakken. Nondedju, ik heb dus iets teveel op het Bengaals dieet gerekend voor ik naar hier vertrok...
Dat ik hier verdik is eigenlijk geen wonder. De verhouding koolhydraten – groenten is hier volledig omgekeerd. De hoofdpla is rijst, en groentjes, vlees/vis zijn echt een bijgerechtje. Bengalen houden van (mier)zoet, dus bijna alles bevat (veel) suiker. Hoewel mijn voorkeur normaal altijd naar ‘hartig’ gaat, went al dat zoets na een tijdje wel: niet goed! Bovendien zijn Bengalen enorm gastvrij en kennen ze geen mate in hun gulheid, wat zich meestal vertaalt in eten, eten, en nog meer eten.
Het toppunt was toch toen we op één dag tijd twee uitnodigingen hadden. ’s Middags werden we verwacht voor de lunch bij Salim. Zijn vrouw had vis, kip en vlees (geit) gekookt, groentjes (warm en koud), pilau (rijst met – lekkere – kruiden), ... Tijdens het wachten; kregen we alvast fruit en koekjes te knabbelen. Eens de lunch achter de kiezen was, kregen we al meteen thee (met veel suiker en melk) en mierzoete gebakjes. Vijf uren na aankomst moesten we echt naar huis, om tijdig op onze volgende afspraak te zijn.
Dat was bij onze buurvrouw (en collega), voor haar dochtertje’s verjaardag. De avond begon gezellig met een blitse taart met kaarsjes op (handig, want er was op dat moment net geen stroom). Oef, dacht ik, het is gewoon een stukje taart... Dat lukt misschien nog net, na die gigantische lunch. Maar het taartje was nog maar net op, of we werden de keuken in geloodst, waar een bomvolle tafel stond te wachten. Met het opscheppen (op je bord) zijn ze altijd ontzettend enthousiast. De aanblik van dat bord met rijst, tot de rand gevuld, was toch even slikken. Als blanke gasten kregen we de eer om als eersten aan tafel te gaan. Weer vlees, vis en kip, warme en koude groenten, pilau, linzenkoekjes, ... Met bérgen. Ik kan het je garanderen: dat is werken geblazen... Maar het is wel allemaal heel lekker eigenlijk...

Voedingswaarde.
Gek: in Europa worden voedingswaarden gepromoot door luide aanbevelingen op de verpakking zoals “light”, “low calorie”, “low fat”, ... En hier is het net het omgekeerde. De verpakkingen willen duidelijk maken hoe “nutritious” alles is, om zo de koper te overtuigen voor hun product te kiezen.
Ook mijn huisgenootje Fyrn kiest resoluut voor de meest “nutritious” producten, gezien ze niet liever wil dan verdikken. Ikzelf ga liever op zoek naar de light-versie.
Trouwens, over ‘light’ gesproken: Aziaten willen allemaal zo wit mogelijk zijn, en wij blanken willen een bruin tintje. In België ga je naar de zonnebank, in de Filipijnen ga je om een injectie om er bleker uit te zien. Contrasten in Bangladesh...

Gestalte.
De kippen hier zijn zo mager, dat er volgens mij aan een hele kip minder vlees hangt dan aan één kippenpoot in België. En ook bij de koeien kun je de ribben tellen en steken de heupbeenderen uit. Hoe dun en klein ze zijn valt vooral op als je ineens een ‘normale’ (naar onze normen) koe ziet: mastodonten, in vergelijking met de spillebeentjes hier!
Mijn eigen gestalte is trouwens ook een spectakel voor de Bengalen. Ik toren boven iedereen uit: blank én reusachtig, daar moet je toch wel even naar staren...

Prijzen.
Bangladesh is een supergoedkoop land, zoveel is zeker. Je Maar als blanke betaal je de Bideshi Price (vreemdelingenprijs). Dat is niets officieels natuurlijk, maar ik noem het zo, wanneer ik voor de zoveelste keer het vijfvoud van de normale prijs te horen krijg. Logisch dat ze het proberen, maar het is toch vermoeiend om voor elk akkefietje te moeten gaan discussiëren over de prijs. Het heeft geen zin om eens ‘foert’ te zeggen, en toe te geven voor een te hoge prijs, want dan hang je eraan voor alle volgende keren. De tamtam doet zijn werk, en iedereen weet dan dat het bij jou lukt om teveel te vragen.

Structuur.
Intussen ben ik volop bezig “mijn” dorpen te bezoeken en zicht te proberen krijgen op de situatie daar. Het spijtige is dat er geen documentatie is over de vorige placements, waardoor ik alles opnieuw moet proberen achterhalen wat ongetwijfeld al door mijn voorgangers is nagegaan. Ik moet me beroepen op de informatie die ik krijg van de jongeren en de Citizen Committee Members in de dorpjes. Niet eenvoudi g, als je niet dezelfde taal spreekt. Maar wat het ook heel moeilijk maakt, is dat de informatie niet overeen stemt. Niemand kan mij vertellen wie de president of secretaris van de Youth Club is, of tenminste: iedereen vertelt iets anders.

(Omgangs)Normen.
Hardop geeuwen, telefoneren of met je buurman babbelen tijdens een meeting/workshop, daar zien ze hier geen graten in. Hardop boeren? Geen probleem. Rochelen, snuffen: het kan allemaal.
Maar ook wij (westerlingen) zijn op onze manier ongelikte beren. Ons criticisme, hoewel nodig voor de job, is soms heel lomp en in schril contrast met de gebalanceerde manier waarop Bengalen hun mening uiten. Ze zijn het “een beetje eens en ook een klein beetje oneens”, bijvoorbeeld. Ze gaan je altijd eerst en vooral heel erg bedanken voor je inbreng, je mening, je kritiek. Hun reactie is zo ontvankelijk en dankbaar, dat je met het schaamrood op je wangen staat na je (in verhouding) boerse negativisme... Dat bleek nogmaals duidelijk gisteren, na een boeiende workshop met VSO, de partnerorganisaties, de nationale vrijwilligers (van de youth clubs & citizen committees in de dorpjes) en de internationale vrijwilligers. Niet dat ze per se actief aan de slag gaan met die feedback, maar vooral het contrast in het geven en ontvangen van feedback is groot.

Het weer.
Niemand kan mij vertellen welke temperaturen ik kan verwachten de komende maanden, in aanloop naar het regenseizoen. Ik heb al vanalles gehoord: van 35 graden (wat het nu al is, dus dat is nogal onwaarschijnlijk) tot 45 graden. Niemand lijkt het echt te weten. Ze zijn het er wel over eens dat het ‘heel warm’ wordt.
Er is intussen wel iets aan het veranderen. Vorige week werden we verrast door het eerste - heel plotse - onweer. Kort, maar krachtig. Tien minuten tot een kwartier felle wind, hevige regen, bliksem, omwaaiende bomen... en dan weer stil. Na de ‘storm’ is het koel en de lucht is fris en stofvrij. Een deugddoende afwisseling.

Uitdrukkingen.
In het taalgebruik gaat elke indicatie van maten of gewichten volledig verloren. Zo hoor je mensen heel vaak zeggen “een beetje veel” of “een klein groot probleem”, ... Heel moeilijk om je daar iets bij voor te stellen, toch?
Ik merk dat mijn eigen taalgebruik ook geleidelijk aan vervormt. Het is steeds behelpen met Engels en Bangla, zodat we op den duur een mengeltaaltje spreken. ‘Benglish’.

Bangladesh zit vol verrassingen. Zoveel is zeker. De leuze “everything is possible in Bangladesh” is een waarheid als een koe. Je kan het zo gek niet verzinnen, of het gebeurt hier.

Mijn voorbije weken:
Het is intussen 6 dagen geleden dat er nog een hartal was, wat lang is in vergelijking tot de voorbije maand. Dat was fijn, want daardoor kon ik meer naar de dorpjes en konden geplande activiteiten doorgaan zoals voorzien. In de dorpjes heb ik verschillende Youth Club activiteiten kunnen bijwonen, wat me een enorme boost gegeven heeft. Hoewel er altijd wel iets fout loopt, hebben de jongeren getoond dat ze echt wel capaciteiten hebben. Door meer met hen te spreken, wordt duidelijk dat we allebei verbetering willen voor de hele gemeenschap. Geleidelijk aan kom ik te weten wie mijn “bondgenoten” kunnen zijn in het overtuigen van andere jongeren over het belang van duurzame ontwikkeling, door te streven naar duidelijkheid in structuur en organisatie.

Deze namiddag verhuis ik naar mijn nieuwe, eigen stekje. Het is een heel mooi gelijkvloers appartement, spiksplinternieuw. Mijn verhuurder woont in hetzelfde gebouw, hij is landbouwkundige, en ... heeft een eigen moestuin in onze “voortuin”. Superleuk, gezien ik er op gehoopt had om hier mijn eigen groentjes te kunnen telen. Ook heel bijzonder is dat ik drie pitten gevonden heb in een banaan. Ik wil wel eens zien of er pit in die pitten zit...

Oh ja, ik ontdek hier ook nieuwe vaardigheden bij mezelf. Zo heb ik vorige week mijn eigen haar (bij)geknipt. Niet eenvoudig, zo in spiegelbeeld en “tegen je hand”, maar ik heb er geen kale plekken aan overgehouden. Voor herhaling vatbaar dus!
Ik begin wel mijn eigen naaimachientje te missen. Al die kleurrijke stofjes overal, het kriebelt om er leuke dingen mee te maken. Maar ik zal nog wat geduld moeten oefenen om die fleurige zomerjurkjes in elkaar te flansen...

Geplaatst door LienVerbeke 12:10 Gearchiveerd in Bangladesh Reacties (0)

(Berichten 6 - 10 uit 17) « Pagina 1 [2] 3 4 »